All Posts By

admin

Nieuwe Ziektewet: zo pak je de re-integratie aan

By | Nieuws | No Comments

Met de verandering van de Ziektewet per 1 januari 2017 ben je ook na uitdiensttreding verantwoordelijk voor zieke medewerkers. Ook als je via het UWV verzekerd bent. Het is dan ook heel belangrijk voor jou om zieke medewerkers weer snel aan het werk te krijgen. Dat bespaart je veel tijd en geld. Wij geven je tips voor een doelgericht re- integratiebeleid dat past bij de vernieuwde Ziektewet.

De Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa), ook wel modernisering van de Ziektewet genoemd, is een serie van maatregelen. Deze hebben tot doel om het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid terug te dringen onder (ex-)medewerkers zonder vast dienstverband. Als werkgever word je ook verantwoordelijk voor de WGA-lasten en re-integratie van arbeidsongeschikte (ex-) tijdelijke medewerkers. Daar waar je dat eerder alleen voor vaste medewerkers was. Na de modernisering van de Ziektewet ben je ook maximaal 10 jaar verantwoordelijk voor arbeidsongeschikte tijdelijke medewerkers in de WGA. Als je ook eigenrisicodrager voor de Ziektewet bent dan gaat het om een periode van in totaal 12 jaar.

 

Start het verzuimbeleid binnen 3 maanden na ziekte
Wordt een van je vaste of flexibele medewerkers ziek? Onze ervaring leert dat ziektebegeleiding en re-integratie in de eerste 3 ziektemaanden het meest effectief zijn. Gaat het in het begin verkeerd? Bijvoorbeeld door miscommunicatie tussen jou en de medewerker? Dan sta je direct met 1-0 achter. Start dus direct goed en proactief.

Zorg voor een goede medewerkersadministratie
Voorkom verrassingen! Maak als onderdeel van je verzuimbeleid een goed overzicht van je vaste medewerkers en tijdelijke medewerkers die uit dienst gaan. Worden zij binnen 4 weken na uitdiensttreding ziek? Dan kunnen ze onder omstandigheden toch nog onder je verantwoordelijkheid vallen voor de Ziektewet- en WGA-lasten.

Leg daarom nauwkeurig vast:

• welke vaste en tijdelijke medewerkers je in dienst hebt (gehad);
• welke medewerkers ziek uit dienst zijn gegaan;
• welke medewerkers binnen 4weken na uitdiensttreding ziek zijn geworden;
• welke vaste medewerkers na 2 jaar ziekte uit dienst zijn gegaan;
• welke medewerkers recht hebben op een ‘no-riskpolis’.

Noteer de datum van uitdiensttreding en bij ziekte ook de 1e ziektedag.

Een goede administratie is noodzakelijk:

• voor controle van de premienota van de belastingdienst;
• als eigenrisicodrager voor de Ziektewet of de WGA;
• je verzekeraar heeft inzicht in je personeelsbestand nodig om de juiste premie te berekenen;
• om de opgave van het UWV te controleren

Heb je je administratie op orde? Dan is de controle van de opgave van het UWV eenvoudig.

Controleer altijd zorgvuldig de opgave van het UWV

Kom je in de opgave van het UWV namen tegen die je niet kent? Of medewerkers die recht hebben op een no-riskpolis? Neem dan direct contact op met het UWV. Doe je dit niet? Dan betaal je voor deze persoon terwijl dat niet je verantwoordelijkheid is.

Vangnetters zonder werkgever ervaren meestal minder druk om te re-integreren. Zij hebben daarvoor ook minder mogelijkheden. Daarom is hun aandeel in de WGA-instroom relatief groot. Er zijn tenslotte weinig werkgevers die op hen zitten te wachten. Wat kun je doen? Vraag je arbodienst of specialist verzekeren om advies als een tijdelijke medewerker (flexwerker) ziek uit dienst gaat. En maak het onderdeel van je verzuimbeleid om contact te onderhouden met medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Vraag hoe het met hen gaat. Nodig hen uit in je bedrijf en ondersteun hen bij de re-integratie. Doe dit ongeacht of je dit risico bij het UWV of een verzekeraar verzekerd hebt. Niet alleen toon je hiermee goed (ex-) werkgeverschap. Maar je houdt ook zicht op de re-integratie. Je hoort hoe het gaat en kunt daarop inspelen. Je ex-medewerker voelt zich gehoord en houdt een band met je bedrijf. Zo voorkom je dat je ex-medewerker een afwachtende houding aanneemt.

Beste medicijn: een nieuwe baan!
De beste remedie bij ziekte is nog altijd een baan. Mensen die zonder baan ziek thuis zitten, blijken minder snel te herstellen dan zieken met een baan. Zieken met een baan richten zich vooral op wat ze nog of weer kunnen. Vanuit die positie bouwen ze hun werk op. Zieke mensen zonder baan richten zich na een tijd vooral op het ziek zijn. Ook ervaren zij een hogere drempel om weer aan het werk te gaan. Onderzoek daarom of de vangnetter binnen je bedrijf op een andere manier aan het werk kan. Ben je eigenrisicodrager voor de Ziektewet? Dan ben je zelfs verplicht om re-integratie binnen je eigen bedrijf (1e spoor) te onderzoeken en wanneer mogelijk toe te passen. Dit is in je geval dan een verplicht onderdeel van het verzuimbeleid.

Risicobeheersing verzuimbeleid: tijdelijk contract of uitzendkrachten?
Werk je vooral met tijdelijke contracten om pieken en dalen in de werkdruk op te vangen? Dan kan een uitzendkracht een slim alternatief zijn. Duurder op korte termijn. Maar de loondoorbetaling bij ziekte (of Ziektewetuitkeringen), de Poortwachterverplichtingen en het risico op 10 jaar WGA-betaling zijn voor rekening van het uitzendbureau. Handig om daar even bij stil te staan in je afweging.

 

AFM: VERPLICHTE FINANCIËLE APK WETTELIJK REGELEN

By | Nieuws | No Comments

AFM: VERPLICHTE FINANCIËLE APK WETTELIJK REGELEN
In de Wetgevingsbrief 2016 stelt de AFM voor de periodieke financiële APK wettelijk te regelen. Doel van zo’n APK is consumenten inzicht te geven of zij na pensionering voldoende inkomen zullen hebben. Behalve naar de pensioenopbouw moet hierbij ook worden gekeken naar andere vermogenscomponenten zoals een hypotheek, spaargeld en beleggingen.

Vorig jaar heeft de AFM in haar wetgevingsbrief het belang van een financieel overzicht benadrukt. “Een financieel overzicht, waarin alle financiële informatie van een persoon is opgenomen kan de drempel verlagen en haar of hem stimuleren om met korte- en langetermijn financiële planning aan de slag te gaan. De website www.mijnpensioenoverzicht.nl biedt op een laagdrempelige manier inzicht in pensioengegevens. De AFM stelt voor om een dergelijk overzicht breder te trekken dan pensioen. Daarbij zou er ook een check-up van de financiële situatie moeten komen waarin alle vermogenscomponenten worden meegenomen”, schrijven Merel van Vroonhoven en Harman Korte in de wetgevingsbrief. Samen met de ministeries van Financiën en Sociale Zaken onderzoekt de AFM de mogelijkheden voor de introductie van een financiële APK.
Hieronder een selectie van andere wetgevingswensen op het verlanglijstje van de AFM.

Waarborgen voor hypotheken gefinancierd door investeerders
Investeerders zijn op dit moment happig om in hypotheken te beleggen. In de toekomst kan de belangstelling van deze investeerders verflauwen, constateert de AFM. Bijvoorbeeld als de marges op deze investeringen verminderen of als andere beleggingen hogere rendementen opleveren. “Een gevolg kan zijn dat de hypotheekrente door de aanbieder bij renteverlenging verhoogd wordt om klanten te ontmoedigen bij deze aanbieder te blijven. Klanten kunnen dan geconfronteerd worden met onnodig hoge rentes. Naast het feit dat overstappen naar een andere aanbieder kosten met zich meebrengt, is het voor een deel van de klanten misschien zelfs onmogelijk om over te stappen wanneer ze bij renteverlenging niet voldoen aan acceptatiecriteria. Vooral deze consumenten kunnen in de financiële problemen raken.” Samen met Financiën wil de AFM onderzoeken hoe het risico voor onnodig hoge rentes voor bestaande klanten kan worden verkleind.

Ruimere waarschuwings- en publicatiemogelijkheden
De AFM heeft in de wetgevingsbrief van 2015 gepleit voor meer mogelijkheden om de samenleving eerder te kunnen informeren en meer transparantie te kunnen bieden over overtredingen. Inmiddels heeft Financiën een wetsvoorstel gereed dat voorziet in verruiming van de publicatiemogelijkheden. De huidige Wft voorziet in een bevoegdheid om een verklaring of waarschuwing te publiceren bij overtreding van verbodsbepalingen en een aantal specifiek vermelde wetsartikelen. In het concept-wetsvoorstel wordt geregeld dat de toezichthouder een verklaring of waarschuwing kan uitvaardigen bij alle overtredingen met boetecategorie 2 en 3.

Herziening Wet op het fïnancieel toezicht
Vorig jaar heeft de AFM in de wetgevingsbrief ook aandacht gewaagd voor de toekomstbestendigheid van de Wft en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Minister Dijsselbloem heeft dit jaar besloten tot een verkenning hoe de regelgeving voor de financiële markten toegankelijker en toekomstbestendiger kan worden gemaakt.

Maximale vergoeding consumptief krediet
Voor consumptieve kredieten is de maximale toegelaten kredietvergoeding (rente en overige kosten) per jaar 12 procent plus de wettelijke rente, wat op dit moment uitkomt op 14 procent. “De AFM constateert dat er consumptieve leningen zijn waarvan de vergoeding zich dicht bij het maximum bevindt. Deze hoge vergoeding in combinatie met een lage aflossingscomponent heeft bij doorlopende kredieten geleid tot financiële problemen bij consumenten en dan vooral bij consumenten met een hoog kredietbedrag. Een van de mogelijke oplossingen voor deze problematiek kan het wijzigen van de maximale vergoeding zijn.”

Betere aansluiting Pensioenwet en Wft
Vooral op het gebied van pensioen zijn er veel veranderingen. “Door meer keuzemogelijkheden voor zowel de deelnemer (Wet verbeterde premieregeling) als de werkgever (introductie APF) lijken de pensioendiensten die onder de Pensioenwet dan wel de’ù/ft vallen steeds meer op elkaar. Tevens komen de pensioenregelingen en pensioenproducten die onder deze twee wetten vallen steeds meer overeen. De bescherming van de werkgever en de deelnemer is echter anders vormgegeven in de Pensioenwet ten opzichte van de bescherming van de consument en cliënt in de Wft. Dit kan ertoe leiden dat er verschillende eisen van toepassing zijn voor dezelfde soort diensten en regelingen en de wagen doen rijzen welk beschermingsniveau wenselijk is en hoe het level playing field gewaarborgd wordt.” Voor de AFM is dit aanleiding om de aansluiting van de Pensioenwet op de Wft te analyseren. Een concrete wetgevingswens is er op dit moment nog niet.

Wat verandert er per 1 juli 2016?

By | Nieuws | No Comments

Per 1 juli 2016 treden een aantal wetswijzigingen in werking. Zo wordt de ketenbepaling gewijzigd en kan de jaarrekening alleen via SBR of online service worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Hieronder volgt een overzicht.

Belastingzaken

Motorrijtuigenbelasting niet meer per jaar
Betaalt u uw motorrijtuigenbelasting (Mrb) voor een heel jaar in 1 keer? Straks kan dit niet meer. U kunt dan alleen nog maandelijks automatisch laten afschrijven of zelf per 3 maanden vooruit betalen.

Boete voor zwartsparen verdubbeld

Vanaf 1 juli gaat de boete voor zwartsparen bij vrijwillig melden omhoog van 60% naar 120%. Bij niet melden geldt een boete van 300%.

Jaarrekening deponeren uitsluitend digitaal
Rechtspersonen, financieel intermediairs en softwareleveranciers kunnen hun jaarrekening per 1 juli 2016 alleen via SBR (Standard Business Reporting) of online service (laten) deponeren bij de Kamer van Koophandel.

Makkelijker verblijfsvergunning voor buitenlandse investeerder

De toelatingsregeling voor buitenlandse investeerders wordt versoepeld. De geldigheidsduur van de eerste verblijfsvergunning gaat omhoog van 1 naar 3 jaar. Daarnaast vervalt de eis van een accountantsverklaring over de herkomst van het te investeren vermogen. Ook versoepelt de toetsing van de investering. Investeringen in onroerend goed voor bewoning worden voortaan uitgesloten.

Personeel en beroepseisen

Compensatie werkgever voor transitievergoeding na langdurige ziekte
Ontslaat u een werknemer die langer dan 2 jaar ziek is? U betaalt de transitievergoeding, maar wordt door UWV gecompenseerd met geld uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf).
Sluit u uw bedrijf vanwege uw eigen pensioen of langdurige ziekte? Ook dan verzorgt UWV de vergoeding aan uw medewerkers uit het Awf.
Daarnaast vereenvoudigt UWV de procedure van ontslag en dossier.

Uitzondering ketenbepaling seizoenswerk
De regels voor flexwerk veranderen. In het seizoenswerk (zoals horeca en land- en tuinbouw) mag u straks na 3 maanden een nieuw contract geven. Nu geldt nog dat werknemers na een opeenvolging van 3 contracten een vast contract moeten krijgen, tenzij u een tussenpoos van 6 maanden neemt. Het verkorten van de termijn moet worden afgesproken bij cao.

Verplicht inschakelen ondernemingsraad bij topsalarissen en pensioenen
Is uw pensioenregeling ondergebracht bij een pensioenfonds en wilt u deze wijzigen? Dan moet straks eerst de ondernemingsraad (OR) hiermee instemmen. Dit hoeft niet wanneer in de geldende cao al afspraken over pensioenen bestaan.
Heeft uw bedrijf meer dan 100 werknemers? Dan bent u straks verplicht de verhouding tussen het salaris van de top en de gewone werknemers jaarlijks te bespreken met uw ondernemingsraad.

Weigeren VOG op basis van politiegegevens
Het is straks mogelijk dat uw medewerker geen verklaring omtrent het gedrag (VOG) krijgt op basis van alleen politiegegevens. Nu kan Justis alleen een VOG weigeren als justitiële gegevens van de aanvrager in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) staan. Politiegegevens zijn hierbij ondersteunend.

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2016
De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen 1 juli 2016. Via de “rekentool minimumloon” kan uitgerekend worden wat iemand op dit moment minimaal hoort te verdienen per maand, week, dag en uur.
Het wettelijk brutominimumloon (WML) voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2016:
• € 1.537,20 per maand;
• € 354,75 per week;
• € 70,95 per dag.

Sociale verzekeringen en bijstandsuitkeringen per 1 juli 2016
Per 1 juli 2016 worden de Participatiewet, IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en TW aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2016.

Dit komt doordat deze uitkeringen gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Het minimumloon stijgt van € 1.524,60 naar € 1.537,20 bruto per maand.

Bedrijfsvoering

Aanbestedingsregels veranderen
De Aanbestedingswet 2012 wordt aangevuld met nieuwe Europese richtlijnen. Het is straks niet meer mogelijk om de oude modellen eigen verklaring te gebruiken voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven. Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) is straks verplicht.
Ook verdwijnt het zogenaamde 2B-regime. Straks kunnen alle burgers en/of ondernemers meedingen naar dergelijke opdrachten.

Invoering civiel bestuursverbod
Er komt een civielrechtelijk bestuursverbod voor bestuurders van rechtspersonen die zich bezig houden met faillissementsfraude. Een bestuurder met een bestuursverbod kan niet langer bestuurder blijven van het failliete bedrijf. Ook bij andere rechtspersonen waar hij bestuurder is, kan hij niet langer aanblijven. Bovendien kan hij niet opnieuw bestuurder of commissaris worden. Het bestuursverbod duurt maximaal 5 jaar. Doel van het bestuursverbod is faillissementsfraude bestrijden.

Kamerverhuurder betaalt bemiddelingskosten

Bij kamerverhuur betaalt u straks de bemiddelingskosten wanneer een bemiddelaar zowel voor u als de huurder optreedt. Nu kunnen die kosten nog in rekening worden gebracht bij zowel u als de kamerhuurder.

Vaste vergoeding vervangt energierekening zeer zuinige huurwoning
U kunt als verhuurder straks met uw huurder een vaste vergoeding overeenkomen voor de energieprestatie van de huurwoning. Deze vergoeding hoort niet bij de huurprijs en is bedoeld voor energiebesparende voorzieningen aan de woning. De energieprestatievergoeding kan zo de energierekening bij normaal gebruik vervangen.
De vergoeding geeft u meer zekerheid over het bedrag dat u in rekening mag brengen. Ook geeft hij inzicht in de exploitatiemogelijkheden voor zeer energiezuinige woningen.

Acquisitiefraude wordt strafbaar
Er komt een duidelijke straf op acquisitiefraude en een betere bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken. Behalve telefonische misleiding of misleiding via een vertegenwoordiger, vallen ook de zogenaamde spookfacturen onder acquisitiefraude.

Meer mogelijkheden voor aanbieden tijdelijke huurcontracten
Verhuurders krijgen meer mogelijkheden om een tijdelijk huurcontract aan een huurder aan te bieden:
Voor een zelfstandige woning mag de verhuurder straks een huurcontract voor (bepaalde) korte tijd aanbieden. Aan het einde van de maximale termijn van 2 jaar of korter eindigt de huur zonder opzegging. Deze maximale termijn geldt niet voor zelfstandige sociale huurwoningen.
Voor onzelfstandige woningen mag de verhuurder een huurcontract van maximaal 5 jaar aanbieden.

De verhuurder kan straks op grond van ‘dringend nodig hebben voor eigen gebruik’ de huur opzeggen bij bepaalde doelgroepen zoals jongeren, promovendi en grote gezinnen.

De verhuurder kan straks makkelijker ontruiming eisen na afloop van een afgesproken termijn, omdat de verhuurder zelf of de vorige huurder de woning (weer) wil betrekken. Zo worden meerdere tussenhuren en verlenging van de tussenhuur mogelijk.

De verhuurder kan straks ook een te koop staande huurwoning tijdelijk verhuren.

Bedrijf starten

Bedrijf oprichten in de Europese Unie wordt eenvoudiger
U kunt straks makkelijker een bedrijf in het buitenland oprichten. Dit wordt mogelijk door nieuwe Europese regelgeving voor het vestigen van een besloten eenpersoonsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid in het buitenland.

De regelgeving in de EU-lidstaten wordt op elkaar afgestemd. Zo komt er 1 Europese inschrijvingsprocedure. Ook krijgt u de mogelijkheid om u online in te schrijven met een uniform model voor statutaire bepalingen. Voor oprichting hebt u een maatschappelijk kapitaal nodig.

Financiën – Rijksjaarverslag 2015

By | Nieuws | No Comments

Financiën – Rijksjaarverslag 2015

Hier vindt u de belangrijkste onderwerpen uit het jaarverslag van het ministerie van Financiën over 2015. U leest wat de resultaten zijn van de in 2015 genomen maatregelen.

INKOMSTENBELASTING

 

Algemene heffingskorting

Sinds 2009 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minst verdienende partner afgebouwd. Dit gebeurt in 15 jaar tijd met 6,67% per jaar.

In 2015 is maximaal 53,33%  (€1.175) van de algemene heffingskorting uitbetaald aan de minst verdienende partner. Deze afbouw geldt niet voor belastingplichtigen die geboren zijn voor 1 januari 1963.

Zie ook: Belastingdienst: Afbouw uitbetaling algemene heffingskorting 2015

 

Arbeidskorting

Sinds 2014 wordt de arbeidskorting voor hogere inkomens in 3 stappen afgebouwd. De hoogte van de arbeidskorting hangt af van de leeftijd en de hoogte van het arbeidsinkomen.

Zie ook: Belastingdienst: Tabel arbeidskorting 2015

 

Herleven hypotheekrenteaftrek voormalige eigen woning na tijdelijke verhuur

Na tijdelijke verhuur van de voormalige eigen woning  is hypotheekrenteaftrek mogelijk. Deze tijdelijke regeling was in principe mogelijk tot en met 2014. Maar sinds 1 januari 2015 is de regeling permanent.

Zie ook: Belastingdienst: vorige woning staat te koop

 

Ouderentoeslag

Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen had een belastingplichtige in 2015 rechtop een heffingsvrij vermogen van € 21.330. Het heffingsvrije vermogen kan onder voorwaarden worden verhoogd met de ouderentoeslag. Om in aanmerking te komen voor de ouderentoeslag gelden deze voorwaarden:

  • De belastingplichtige heeft op 31 december 2014 de AOW-leeftijd bereikt.
  • Het vermogen van de belastingplichtige (de grondslag sparen en beleggen) was in 2015 maximaal € 282.226.
  • Had de belastingplichtige het hele jaar dezelfde fiscale partner? Dan mocht de gezamenlijke grondslag in 2015 niet meer bedragen dan € 564.451. Dit is na aftrek van het heffingsvrije vermogen.

Zie ook: Belastingdienst: Ouderentoeslag in 2015

LOONBELASTING

 

Bijtelling auto van de zaak

Wordt een auto van de zaak voor meer dan 500 kilometer per jaar privé gebruikt? Dan geldt in 2015 een bijtelling voor dat privégebruik van 25% van de waarde van de auto. Afhankelijk van de CO₂-uitstoot van de auto is een verlaagde bijtelling mogelijk.

De CO₂-uitstootgrenzen van de verlaagde bijtellingscategoriëen zijn in 2015 verder aangescherpt. Net als in voorgaande jaren. De aangepaste grenzen gelden voor auto’s die per 1 januari 2015 voor het eerst op naam zijn gesteld. In het eindejaarspersbericht met de wijzigingen in de belastingheffing voor 2015  staan de CO₂-schijfgrenzen per 1 januari 2015.

Zie ook: Belastingdienst: Bijtelling in 2015

 

Werkkostenregeling

In de werkkostenregeling is per 1 januari 2015 het volgende veranderd:

  • De werkkostenregeling is verplicht voor alle werkgevers.
  • Het percentage van de vrije ruimte gaat omlaag naar 1,2% van het bij de werknemers belaste loon. Dit was 1,5%.
  • Gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur zijn vrijgesteld als ze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.
  • Korting op producten uit eigen bedrijf is onder voorwaarden vrijgesteld.
  • Onderscheid tussen vergoeden, verstrekken en ter beschikking stellen vervalt voor een aantal voorzieningen op de werkplek.
  • De werkgever mag na afloop van het jaar toetsen of de vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte blijven.
  • De werkgever mag de eindheffing over het bedrag boven de vrije ruimte op concernniveau berekenen.

Zie ook: Belastingdienst: Werkkostenregeling

AUTOBELASTINGEN

 

Belasting voor personenauto’s en motorrijwielen (bpm)

De bpm is sinds 2015 op een paar punten gewijzigd.

  • Invoering van de vaste voet in de bpm. Hierdoor moet voor iedere auto die meer dan 0 gr/km CO₂-uitstoot, ten minste € 175 worden betaald. Voertuigen die geen CO₂ uitstoten, zijn vrijgesteld van bpm.
  • De bpm loopt nu op vanaf een CO₂-uitstoot van 1 gr/km. In 2014 lag die grens bij een CO₂-uitstoot van 88 gr/km voor benzineauto’s. En 85 gr/km voor dieselauto’s.
  • De aparte tarieven en CO₂-grenzen voor diesel- en benzineauto’s zijn afgeschaft.

 

Vrijstelling zeer zuinige personenauto’s in mrb

In 2015 waren de volgende voertuigen vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting:

  • alle motorrijtuigen die geen CO₂uitstoten (nulemissie voertuigen);
  • alle personenauto’s met een CO₂-uitstoot van meer dan 0 gr/km maar niet meer dan 50 gr/km.

BELASTING TOEGEVOEGDE WAARDE (BTW)

 

Wijziging btw-heffing voor telecom-, omroep- en elektronische diensten

Op 1 januari 2015 wijzigden de regels voor digitale diensten aan niet-belastingplichtige afnemers. Digitale diensten zijn telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten. Deze diensten worden nu belast in het land waar de klant woont. Voor 2015 waren dergelijke diensten nog belast met btw in het land van de leverancier.

Zie ook: Belastingdienst: digitale diensten

 

Wijziging btw regels voor zakelijke rechten

Sinds 1 januari 2015 zijn de btw regels voor eeuwigdurende zakelijke rechten op onroerende zaken gewijzigd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het recht van erfpacht. Door de wijziging moet btw betaald worden over de vestiging of overdracht van zakelijke rechten voor onbepaalde tijd op bouwterreinen of nieuwe gebouwen. Dit heeft onder meer gevolgen voor erfpachttransacties waarbij het recht van erfpacht voor onbepaalde tijd wordt gevestigd.

ACCIJNZEN

Verhoging accijns op tabak en brandstoffen

Op 1 januari 2015 zijn de accijnstarieven voor tabak en verschillende brandstoffen verhoogd:

  • De accijns op tabak is verhoogd met 9 cent. Dit geldt voor een pakje sigaretten van 19 stuks en een pakje shag van 40 gram.
  • De accijns op LPG, LNG en minerale oliën is verhoogd met 0,7 cent per liter.

 

Het urencriterium: wat telt mee en wat niet?

By | Nieuws | No Comments

Het urencriterium is van belang om bij de aangifte inkomstenbelasting voor fiscale voordelen – zoals aftrekposten – in aanmerking te komen. Je moet bijvoorbeeld minimaal 1225 uur aan jouw bedrijf hebben besteed. Lees hier voor wie het urencriterium geldt en wat alle voorwaarden zijn.

Het urencriterium – voor wie geldt het?
Alleen als je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting wordt gekeken of je voldoet aan het urencriterium. Aan de hand daarvan wordt namelijk bepaald of je lang genoeg als ondernemer actief bent geweest om in aanmerking te komen voor bepaalde fiscale voordelen. Deze gelden als een soort compensatie voor het risico dat je als ondernemer loopt.

Het urencriterium en fiscale voordelen
Het urencriterium komt in beeld als je gebruik wilt maken van de volgende fiscale faciliteiten:

– De ondernemersaftrek (de zelfstandigenaftrek, startersaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek)
– De oudedagsreserve (FOR)

Per 1 januari 2010 is voor de mkb-vrijstelling de eis vervallen om te voldoen aan het urencriterium.

Het urencriterium – voorwaarden waaraan u moet voldoen

Voor het urencriterium moet je (uitzonderingen daargelaten) aan twee voorwaarden voldoen:

Per kalenderjaar moet je minimaal 1225 uur werkzaamheden verrichten voor jouw bedrijf. Heb je meerdere bedrijven, dan tel je de daarvoor gewerkte uren bij elkaar op. Er wordt echter niet herrekend naar jaarbasis. Dus ook als je later in het jaar begint, bijvoorbeeld omdat je starter bent, moet je nog steeds aan het minimaal vereiste aantal uren zien te komen.

Daarnaast moet je meer dan 50 procent van jouw totale arbeidstijd besteden aan jouw onderneming(en). De werkzaamheden die je verricht in bijvoorbeeld loondienst, mogen dus niet de overhand krijgen, zoals blijkt uit onderstaand voorbeeld.

Voorbeeld: Als je in een kalenderjaar 1250 uur werkzaam was voor jouw onderneming, maar daarnaast ook 1400 uur in loondienst was, voldoe je niet aan het urencriterium, omdat minder dan 50 procent van de totale gewerkte tijd (2650 uur) betrekking had op jouw onderneming.

Welke werkzaamheden mag je meetellen?

Alle directe en indirecte werkzaamheden die je verricht in het belang van je bedrijf vallen onder het urencriterium. Of deze werkzaamheden vanuit ondernemersoogpunt verstandig zijn, is daarbij niet van belang. Ook niet of ze productief zijn of improductief.
Je bepaalt zelf hoe je jouw bedrijf runt, de Belastingdienst mag niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Belangrijk is wel dat je de uren kunt verantwoorden, bijvoorbeeld met een urenadministratie (zie onder).

Voorbeelden van werkzaamheden

Directe werkzaamheden:
• Voorbereiding op een opdracht;
• Uitvoering;
• Reizen: naar de opdrachtgever, maar ook woon-werkverkeer.

Indirecte werkzaamheden:

• Administratie: boekhouding, facturen schrijven, rekeningen betalen;
• Acquisitie: contact met potentiële en bestaande klanten, opdrachten binnenhalen, adverteren;
• Scholing: cursussen of opleiding volgen, vakliteratuur bijhouden;
• Werkruimte: onderhouden van pc’s, kantoor opruimen.

Zorg voor een goede urenadministratie
Bij een eventuele inspectie van de Belastingdienst moet je kunnen aantonen dat je daadwerkelijk aan het urencriterium hebt voldaan. Een goede urenadministratie is daarbij van essentieel belang. Dit kan in de vorm van een agenda of in een apart overzicht in een spreadsheet-programma.

Toetsbaar
De informatie moet zoveel mogelijk toetsbaar zijn, bijvoorbeeld aan de hand van treinkaartjes, (e-mail)correspondentie of facturen.

Niet te algemeen
Een urenregistratie die te algemeen en te globaal is, voldoet niet als bewijsmateriaal. Er moet een relatie gelegd kunnen worden tussen de genoteerde uren en de daarmee samenhangende werkzaamheden.

Let op bij ziekte

Ziekte of arbeidsongeschiktheid gelden niet als verzachtende omstandigheid als je niet aan het benodigde aantal uren komt. Je mag dus alleen de uren meetellen die je daadwerkelijk heeft gewerkt, en niet de uren die je had kúnnen werken als je gezond was gebleven.

Als je starter bent of zwanger

In de onderstaande gevallen wordt er soepeler omgesprongen met het urencriterium.
• Je bent een starter: je hoeft niet te voldoen aan de eis dat meer dan 50 procent van de totale gewerkte tijd aan jouw onderneming(en) wordt besteed. Verder mag je de uren die je hebt besteed aan het voorbereiden op de start meerekenen.
• Je start vanuit een arbeidsongeschiktheidsuitkering: per kalenderjaar moet je minimaal 800 uur aan jouw onderneming besteden.
• Zwangerschap: als je het werk wegens zwangerschap onderbreekt, dan mag je voor een periode van zestien weken niet gewerkte uren meetellen alsof je deze wel had gewerkt.

Zzp en DBA: de Belastingdienst zet de belangrijkste vragen en antwoorden op een rij

By | Nieuws | No Comments

Op 2 februari 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met deze wet verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Er bestaat behoefte aan toelichting over deze nieuwe wet. We zetten de belangrijkste vragen en antwoorden hieronder voor u op een rij.

Krijgt de zzp’er in het nieuwe systeem minder duidelijkheid en zekerheid?
Eerder omgekeerd. Veel zzp’ers dachten dat de VAR een soort werkvergunning was, maar in werkelijkheid gaf de VAR alleen aan de opdrachtgever zekerheid. De VAR hield de zzp’er in het ongewisse of hij/zij wel echt buiten dienstverband werkte. De enige zekerheid voor de zzp’er was dat hij géén recht had op sociale zekerheid. Het nieuwe systeem biedt aan zowel opdrachtgever als zzp’er helderheid en zekerheid, mits ze volgens een modelovereenkomst werken. Dat is voor de zzp’er juist een verbetering.

Neemt de administratieve rompslomp voor zzp’ers toe?
Dit spookverhaal duikt steeds op. Het werken met modelovereenkomsten is juist eenvoudiger dan het werken met de VAR.

Een VAR moest elk jaar opnieuw worden aangevraagd en bij elke opdracht opnieuw worden opgestuurd. Veranderde het werk of de voorwaarden waaronder gewerkt werd dan moest er een nieuwe VAR worden aangevraagd. Wanneer gewerkt wordt met een modelovereenkomst is dit niet meer nodig. Met een modelovereenkomst kan de zzp’er direct aan de slag. De overeenkomst hoeft niet eerst aan de Belastingdienst voorgelegd te worden. De overeenkomst hoeft zelfs niet ondertekend te worden. Zolang de opdrachtgever en zzp’er maar met elkaar afspreken, bijvoorbeeld per e-mail of in de opdrachtbevestiging, volgens welke modelovereenkomst er gewerkt wordt.

Wordt het nu voor veel opdrachtnemers moeilijker om als zzp’er te werken?
Nee. De grens tussen ondernemerschap en dienstverband verandert niet. Alles wat nu mag, mag straks ook. Alles wat straks niet kan, kan nu ook al niet. Het wordt met de modelovereenkomsten wel veel duidelijker wat wel en niet kan.

Is het veiliger om tussenpersonen in te schakelen?
Nee, de modelovereenkomsten geven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers direct duidelijkheid. Werken via een tussenpersoon geeft niet meer zekerheid. Bovendien, ook een tussenpersoon moet zich aan de wet houden en wordt door de Belastingdienst gecontroleerd.

Moet ik voor elke klus en voor allerlei verschillende klussen opnieuw een overeenkomst opstellen?
Nee. De modelovereenkomsten staan op Belastingdienst.nl. De algemene modelovereenkomsten zijn geschikt voor alle type opdrachten, ongeacht de branche of het beroep. Als u afspreekt volgens een bepaalde modelovereenkomst te werken, heeft u zekerheid. Welke overeenkomst u neemt, kiezen opdrachtgever en opdrachtnemer zelf.

Zet de DBA de positie en sociale zekerheid van zzp’ers onder druk?
Integendeel. De positie van zzp’ers wordt versterkt omdat ook zij bij de DBA zekerheid vooraf hebben. Daarnaast kan de zzp’er, als achteraf blijkt dat er toch sprake was van een dienstverband (schijnzelfstandigheid), met de DBA wél aanspraak maken op werknemersverzekeringen als bijvoorbeeld een WW uitkering. Onder de VAR wist de zzp’er zeker dat hij géén recht had op sociale zekerheid.

Daarnaast ligt aansprakelijkheid met de DBA juist niet meer alleen bij de zzp’er, maar zijn beide partijen verantwoordelijk voor de eigen afdrachten. Onder VAR was alleen de zzp’er aansprakelijk.

Legaliseert de DBA schijnzelfstandigheid?
Met de VAR kan de Belastingdienst niet handhaven op schijnzelfstandigheid. Als het bestaat, kan het niet worden aangepakt. In het nieuwe systeem kan de Belastingdienst wel handhaven. Dan wordt schijnzelfstandigheid niet gelegaliseerd, maar juist aangepakt.

Wat moet een zzp’er nu concreet doen?
Als overduidelijk is dat ze ondernemer zijn helemaal niets. Het werken met modelovereenkomsten is niet verplicht en is alleen bedoeld voor situaties waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Zekerheid vooraf? Ga naar een modelovereenkomst op Belastingdienst.nl.

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel snellere betaling MKB en ZZP aan

By | Nieuws | No Comments

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat de ongewenste lange betalingstermijnen tegengaat die op dit moment door grootbedrijven aan MKB’ers en zzp’ers worden opgelegd. In het voorstel wordt gepleit voor een wettelijk vastgelegde vergoeding van 8% indien de factuur na 60 dagen nog niet is betaald.

Met het wetsvoorstel van het CDA, dat samen met ONL voor Ondernemers is ingediend, wil de Tweede Kamer de prikkel wegnemen dat grootbedrijven hun leveranciers als bank gebruiken. Door bewust betalingstermijnen langer dan 60 dagen op te leggen hoeven zij minder krediet bij de bank op te nemen, omdat zij gratis geld kunnen lenen bij de kleine leveranciers. Kleine leveranciers zijn vanwege de sterk afhankelijke positie niet in staat dit tegen te gaan.
CDA Tweede Kamerleden Agnes Mulder en Pieter Omtzigt zijn blij met de steun van de Tweede Kamer: ‘De jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen zijn 2,5 miljard euro. Kleine leveranciers houden hierdoor hun hoofd amper boven water. Te late betalingen vormen voor MKB’ers en zzp’ers een risico en een grote kostenpost. Het leidt tot liquiditeitsproblemen, doordat zij zelf betalingsachterstanden krijgen of rood staan bij de bank. Ook wordt de ruimte om slechtere maanden op te vangen, of om juist snel investeringen te doen, kleiner.’

Op dit moment ervaren 53% van alle MKB-aannemers en gespecialiseerde aannemers met een leveranciersrelatie met grote hoofdaannemers problemen met te late betalingen. Het betreft betalingstermijnen van 60 tot 120 dagen. In de wet is geregeld dat facturen binnen 30 dagen moeten worden betaald, met een mogelijkheid om dit te verhogen naar 60 dagen. De uitzonderingspositie in de wet maakt het echter mogelijk dat grootbedrijven later dan 60 dagen kunnen betalen zonder dat hier een vergoeding tegenover staat. ‘Door het instellen van een wettelijke rente na zestig dagen kan op een effectieve en eenvoudige manier voorkomen worden dat kleine leveranciers gratis het grootbedrijf financieren,‘ aldus Agnes Mulder.

Ook Hans Biesheuvel, initiatiefnemer van ONL, is blij dat er eindelijk concrete actie wordt genomen: “Door lacunes in de huidige wetgeving kunnen op basis van inkoopmacht betalingstermijnen worden afgedwongen die de wettelijke termijn van maximaal 60 dagen ruimschoots overschrijden. Dit gaat tegen de letter en geest van de huidige wetgeving in. Als gevolg van deze oneerlijke handelspraktijken heeft het MKB grote moeite om voldoende werkkapitaal aan te houden voor hun dagelijkse activiteiten. Dit beperkt de investeringsruimte van deze bedrijven, belemmert hun groei en heeft een negatief effect op de werkgelegenheid. Door leveranciers na 60 dagen recht te geven op de wettelijke rente wordt de financiële prikkel weggenomen voor het grootbedrijf om extreem lange betalingen af te dwingen. Zo roepen we een effectieve regeling in het leven om deze oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan.”

De Kamer wil dat minister Kamp voor 1 juni 2016 met een wetsvoorstel komt waarin de wettelijke vastgelegde vergoeding wordt geregeld.

VAR vervalt definitief vanaf 1 mei

By | Nieuws | No Comments

De VAR vervalt definitief. De Eerste Kamer stemde dinsdagmiddag voor afschaffing per 1 mei aanstaande.

Vorige week debatteerde de Eerste Kamer met staatssecretaris Eric Wiebes over de vervanger van de VAR, de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Een meerderheid in de Eerste Kamer bleek toen voor de invoering van de nieuwe wet te zijn. Dinsdagmiddag werd de wet na stemming formeel aangenomen.

Met het voorstel wordt de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR) afgeschaft. Het voorgestelde alternatief houdt in dat
belangenorganisaties van opdrachtgevers of belangenorganisaties van opdrachtnemers, en ook individuele
opdrachtgevers of opdrachtnemers, overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan
geven over de overeenkomst. Partijen kunnen hieraan zekerheid ontlenen omtrent de loonheffingen. De Belastingdienst zal de beoordeelde overeenkomsten (voor zover mogelijk) openbaar maken, zodat deze door andere opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden gebruikt. Het gebruik van een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst is facultatief, hier bestaat geen enkele verplichting toe. De staatssecretaris zegde in het debat vorige week toe om te voorzien in een onafhankelijke juridische toetsing van de modelovereenkomsten door een panel van experts. Ook werd de voorbereidingsfase van de afschaffing van de VAR met een maand opgeschoven, naar 1 mei 2016. Per deze datum komt de VAR te vervallen en start de implementatiefase, die loopt tot 1 mei 2017. Vanaf dat moment wordt het wetsvoorstel Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) gehandhaafd.

Wat verandert er allemaal per 1 januari 2016?

By | Nieuws | No Comments

Vanaf 1 januari 2016 wijzigingen veel wetten en regelingen. De belangrijkste veranderingen met betrekking tot werk en inkomen, kinderen, wonen, milieu, zorg en gezondheid, verkeer en vervoer, consumenten en ondernemers hebben wij voor u op een rij gezet.

– WERK EN INKOMEN

Wijzigingen heffingskortingen
Vanaf 2016 veranderen de bedragen van alle heffingskortingen en worden enkele heffingskortingen aangepast.

• Tijdelijke heffingskorting vroeggepensioneerden
De tijdelijke heffingskorting vroeggepensioneerden vervalt vanaf 1 januari 2016.

• Werkbonus
In 2016 kunnen mensen vanaf een leeftijd van 62 jaar in aanmerking komen voor de werkbonus. In 2015 was dit vanaf 61 jaar.

• Algemene heffingskorting
De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner wordt verder afgebouwd. Mensen die na 31 december 1962 geboren zijne en de algemene heffingskorting ontvangen, krijgen in 2016 maximaal € 1.041 uitbetaald.
Bij een inkomen van € 19.922 of lager wordt het bedrag van de algemene heffingskorting in 2016 hoger dan in 2015. Bij een inkomen hoger dan € 19.922 wordt de heffingskorting steeds lager. Bij een inkomen vanaf € 66.419 is de heffingskorting € 0.

• Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting is in 2016 hoger, namelijk € 3.031. Vanaf een inkomen van € 34.015 wordt de arbeidskorting steeds lager. Bij een inkomen vanaf € 111.590 is deze € 0.

• Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt hoger, namelijk maximaal € 2.769.

Tarieven inkomstenbelasting
Het tarief in de 2e en 3e schijf van de loon- en inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2016 40,4%.

Vrijstelling spaarloonregeling vervalt
Vanaf 2016 vervalt de vrijstelling voor de spaarloonregeling. Mensen die op 1 januari 2016 nog een geblokkeerd spaartegoed dat onder de spaarloonregeling valt hebben, moeten dit opgeven bij hun bezittingen.

Minder belasting op sparen
In 2016 gaat het heffingsvrij vermogen in box 3 met € 3000 omhoog . Dit komt bovenop de inflatiecorrectie. Het heffingsvrij vermogen komt voor 2016 op € 24.437. Dit kan gevolgen hebben voor de huurtoeslag.

Uitkering Artikel 2-fonds wordt belastingvrij
Uitkeringen uit het Artikel 2-fonds voor joodse slachtoffers zijn vanaf 2016 vrijgesteld van belasting. Mensen die deze uitkering krijgen, hoeven die niet meer als inkomen op te geven bij de belastingaangifte. Hierdoor wordt het verzamelinkomen (alle inkomens bij elkaar) lager. Daardoor kan een toeslag of subsidie hoger worden of een eigen bijdrage lager.

Nabestaanden-uitkering Anw aangepast
Voor mensen met een Anw-uitkering verandert het bedrag als er iemand inwoont waarmee zij de kosten kunnen delen. Wonen er andere mensen van 21 of ouder in huis? Dan wordt van hen verwacht dat zij delen in de kosten van het huishouden. Dit geldt niet voor kinderen van 21 jaar of ouder die een opleiding of studie volgen.

ouderentoeslag (extra heffingsvrije vermogen) vervalt
Deze maatregel heeft alleen gevolgen voor mensen die in 2015 de AOW-leeftijd hebben. Daarnaast moet hun inkomen in 2015 € 20.075 of lager zijn. En het vermogen moet hoger zijn dan € 24.437 (voor partners: € 48.874)

Duidelijker berekening loonheffing over bijzondere beloningen
Werkgevers mogen tot 2016 de loonheffing voor bijzondere beloningen (zoals vakantiegeld) onder bepaalde voorwaarden berekenen volgens de tabel voor het reguliere loon. Vanaf 2016 mag dit niet meer, omdat de werkgever hierdoor vaak te weinig loonheffing inhield. Door deze wijzigingen is de kans kleiner dat werknemers bij de aanslag inkomstenbelasting over 2016 moeten bijbetalen.

Wijzigingen WW
Vanaf 1 januari 2016 verandert de WW op een paar punten.

• Aanpassing duur WW
Vanaf 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de WW korter. Dit gaat stap voor stap. Halverwege 2019 duurt de WW dan maximaal 24 maanden.
• Aanpassing opbouw WW
Vanaf 1 januari 2016 bouwen werknemers minder WW-rechten op. De WW-rechten die zijn opgebouwd voor 1 januari 2016 wijzigen niet.
• Wijziging dagloonbesluit
De berekening van de hoogte van de WW verandert.
• Leeftijdsgrens vrijstelling sollicitatieplicht
Mensen die op de eerste dag van hun werkloosheid 64 jaar of ouder zijn, hoefden tot 2016 niet meer te solliciteren. Vanaf 1 januari 2016 wordt deze leeftijdsgrens opgetrokken naar de AOW-gerechtigde leeftijd min 1 jaar.
Wijzigingen AOW
Dit wijzigt in de AOW:
• AOW leeftijd
Vanaf 1 januari 2016 is de AOW leeftijd 65 jaar + 6 maanden (was 65 jaar + 3 maanden in 2015). De hogere AOW-leeftijd kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen, zoals de ouderenkorting.
• Werken na de AOW
AOW-ers die werken, krijgen bij ziekte 13 weken lang hun loon doorbetaald. Dat was 2 jaar.
Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering uitgebreid
Wie door de hogere AOW-leeftijd tijdelijk niet genoeg inkomen heeft, kan een overbruggingsuitkering krijgen. De regeling geldt vanaf 1 januari 2016 ook voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 een bepaalde arbeidsongeschiktheids- of pensioenuitkering heeft gehad.

Transitievergoeding bij ontslag omhoog
Per 1 januari 2016 is de transitievergoeding maximaal € 76.000 bruto. Of maximaal een bruto jaarsalaris, als het bruto jaarsalaris meer is dan € 76.000.

Opgebouwd pensioen zzp’er beschermd voor vermogenstoets bij bijstandsuitkering

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) moeten tot 2016 eerst hun pensioengeld aanspreken als zij in de bijstand komen. Vanaf 1 januari 2016 wordt het pensioenvermogen tot € 250.000 vrijgelaten. Het pensioenvermogen boven dat bedrag telt wel mee als vermogen.

Werkkostenregeling aangepast
In de werkkostenregeling wordt per 1 januari 2016 het gebruikelijkheidscriterium duidelijker. Niet alleen de verstrekking of vergoeding op zich moeten gebruikelijk zijn. Bijvoorbeeld een bonus. Dit geldt vanaf 2016 ook voor het aanwijzen van de verstrekking of vergoeding. Het moet dan ook gebruikelijk zijn dat een bonus via de werkkostenregeling wordt uitgekeerd.

Werken op andere tijd of plaats wordt makkelijker
Vanaf 1 januari 2016 kunnen werknemers vragen om een deel van hun werktijd ergens anders te mogen werken. Bijvoorbeeld thuis. Zij kunnen ook na een half jaar vragen om aanpassing van hun werktijden. Dat was 1 jaar. De werkgever mag dit weigeren als de aanpassing erg moeilijk in het bedrijf is in te passen.

Duidelijke loonstrook
Werkgevers moeten zorgen dat de loonstrookjes begrijpelijk zijn voor het personeel. Ook moeten zij alle bedragen op de loonstrook duidelijk toelichten. De Inspectie SZW kan werkgevers een boete geven als de loonstrook niet klopt.

Taaleis in de bijstand
Mensen die vanaf 1 januari 2016 bijstand aanvragen, moeten de Nederlandse taal voldoende beheersen. Voor mensen die al bijstand krijgen, geldt deze verplichting vanaf 1 juli 2016.

Wijzigingen minimumloon
De hoogte van het minimumloon wordt per 1 januari 2016 aangepast.
• Minimumloon niet meer contant
Vanaf 2016 moet de werkgever het minimumloon storten op een bankrekening. Wat een werknemer meer dan het minimumloon verdient, mag de werkgever wel contant betalen. De werknemer kan de werkgever wel machtigen om het volledige loon over maken naar een andere bankrekening. Bijvoorbeeld naar de rekening van een schuldhulpverlener.
Wijzigingen uitkeringen
Vanaf 1 januari 2016 is een aantal uitkeringen aangepast. Het gaat om de Participatiewet (vroeger Wet werk en bijstand), IOAW en IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en Toeslagenwet. De uitkeringen gaan iets omhoog.

– KINDEREN

Verhoging kinderopvangtoeslag
De kinderopvangtoeslag gaat omhoog.
Verhoging kindgebonden budget
Per 1 januari 2016 gaat het kindgebonden budget omhoog.
Kinderbijslag omhoog
In 2016 gaat de kinderbijslag omhoog. Dit is voor het eerst sinds 2012.
Studiekosten minder snel aftrekbaar
In 2016 zijn de kosten voor een studie met recht op studiefinanciering niet meer fiscaal aftrekbaar. Bij een studie zonder recht op studiefinanciering blijven de studiekosten nog wel onder voorwaarden aftrekbaar.
Pleegvergoeding omhoog
In 2016 gaan de bedragen van de pleegvergoeding omhoog.
Afschaffing ouderbijdrage jeugdhulp
De ouderbijdrage in de jeugdhulp wordt afgeschaft.
Leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs ingepast in passend onderwijs
Op 1 januari 2016 worden leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) ingepast in het systeem van passend onderwijs.

WONEN

Korting op de energiebelasting bij samenwerking opwekking duurzame elektriciteit

Mensen die samen met anderen duurzaam elektriciteit opwekken, krijgen vanaf 1 januari 2016 9,0 cent per kilowattuur korting op de energiebelasting. Dit was 7,5 cent per kilowattuur.

Subsidieregeling verwijderen asbestdaken

Aanvragen van subsidie voor het (laten) verwijderen van een asbestdak is mogelijk vanaf 4 januari 2016 om 09.00 uur. Particulieren, bedrijven, non-profit organisaties en overheden kunnen gebruik maken van deze subsidie.

Subsidie opwekken duurzame energie
Vanaf 4 januari 2016 kan er subsidie worden aangevraagd om een zonneboiler, warmtepomp, biomassaketel of pelletkachel te (laten) plaatsen.

Bovengrens huurtoeslag voor 3 jaar bevroren
De maximale huurprijs waarbij huurtoeslag kan worden aangevraagd, wordt per 1 januari 2016 bevroren voor 3 jaar. De liberalisatiegrens blijft € 710,68.

Loan-to-value ratio hypotheken omlaag
In 2016 kan een hypotheek worden afgesloten tot 102% van de waarde van het koophuis. In 2015 was dit 103%. Dit heet de Loan-to-Value.
Hypotheekrenteaftrek met 0,5% per jaar afgebouwd
Sinds 2014 verlaagt de overheid het maximale aftrektarief in de 4e schijf. Dit gaat stapsgewijs van 52% naar 38%. Dit gebeurt in stappen van 0,5% per jaar. Het uiteindelijke doel van 38% wordt bereikt in 2041. In 2016 gaat het tarief naar 50,5%.

Maximaal hypotheekbedrag voor energieneutrale woningen verhoogd
Eigenaren kunnen voor een ‘nul op de meter’- woning (energie neutrale woning) extra lenen. Het hypotheekbedrag gaat in 2016 omhoog van € 25.000 naar €27.000.

Hogere hypotheek voor tweeverdieners
Vanaf 1 januari 2016 kunnen tweeverdieners iets meer geld lenen om een huis te kopen.

Energiebelasting omhoog
Zowel voor particulieren als bedrijven gaat de energiebelasting omhoog.

Inkomensgrens toewijzing van een sociale huurwoning omhoog
De inkomensgrens voor de toewijzing van een sociale huurwoning gaat omhoog. Van € 34.911 in 2015 naar € 35.739 in 2016.

Wijzigingen basispakket en eigen risico
Het basispakket van de zorgverzekering is uitgebreid. Een eigen bijdrage voor gehoorhulpmiddelen voor jongeren tot 18 jaar vervalt. Het verplicht eigen risico stijgt met € 10 naar € 385.

Wijzigingen zorgtoeslag
De maximale zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt komend jaar met € 58 tot € 992. De maximale zorgtoeslag voor partners stijgt met € 114 naar € 1905.

Vergoeding pleegouders omhoog
In 2016 gaan de bedragen van de pleegvergoeding omhoog.

Eigen bijdrage Wet langdurige zorg
In 2016 wijzigt de eigen bijdrage Wet langdurige zorg. De exacte wijzigingen zijn op dit moment nog niet bekend.

Afschaffing ouderbijdrage jeugdhulp
Per 1 januari 2016 schaft de overheid de ouderbijdrage in de jeugdhulp af. Uit onderzoek blijkt dat de regeling niet goed werkt. En gezinnen ervaren de ouderbijdrage als drempel. Terwijl het juist belangrijk is dat er geen belemmeringen zijn als kinderen jeugdhulp nodig hebben.

Goedkopere avondapotheken
De avondapotheken (‘s nachts, ‘s avonds of op zondag) worden goedkoper. Voor deze spoedzorg moet vanaf 2016 maximaal € 45 per receptregel worden betaald.

Kwaliteit, klachten en geschillen zorg
De overheid wil dat iedereen goede zorg krijgt. Daarom heeft de overheid wettelijk vastgelegd wat goede zorg precies inhoudt. En wat er moet gebeuren als mensen een klacht hebben over de zorg. Dit staat in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) die 1 januari 2016 ingaat.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet daalt voor werknemers (van 6,95 naar 6,75%). Voor zzp’ers, ondernemers en gepensioneerden stijgt de premie van 4,85 naar 5,50%.

Compensatie voor zorgverzekeraars
Zorgverzekeraars gaan merken dat het meer loont om zich in te zetten voor chronisch zieken en andere kwetsbare groepen. Zij gaan namelijk voor deze groep vanaf 2016 een betere compensatie ontvangen.

– VERKEER EN VERVOER

Wijziging bijtelling auto van de zaak
Bij het privégebruik van de auto van de zaak voor meer dan 500 kilometer per jaar geldt een bijtelling van 25% van de waarde van de auto (catalogusprijs). Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto kunnen zakelijke rijders in aanmerking komen voor een milieugerelateerde korting op de bijtelling. Met ingang van 2016 wijzigen voor nieuwe auto’s zowel de CO2-uitstootgrenzen als de kortingspercentages.

Veranderingen motorrijtuigenbelasting
Voor hybride auto’s en auto’s met een lage CO2-uitstoot van 1 tot en met 50 gram per kilometer geldt dat vanaf 1 januari 2016 de helft van het normale tarief van de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting) moet worden betaald.
Mensen met een elektrische auto betalen vanaf 2016 geen motorrijtuigenbelasting meer.

Betaling motorrijtuigenbelasting niet meer per jaar
Tot en met 30 juni 2016 kan de wegenbelasting nog voor een jaar vooruit betaald worden. Vanaf 1 juli 2016 kan dit alleen nog per kwartaal. Of maandelijks via automatische incasso.

Uitstootgrenzen CO2- aangescherpt voor bpm
Het tarief voor de belasting personenauto’s en motorrijwielen (bpm) van een personenauto is afhankelijk van de CO2-uitstoot. Per 1 januari 2016 zijn de CO2-uitstootgrenzen voor benzineauto’s en dieselauto’s aangescherpt.

Snorfietskenteken gratis omzetten naar bromfietskenteken
Vanaf 2016 kunnen snorfietskentekens voor high speed e-bikes worden omgezet naar een bromfietskenteken. Dit is gratis.

– CONSUMENTEN

Paspoorten en identiteitskaarten goedkoper
Vanaf 1 januari 2016 betalen consumenten € 2,67 minder voor een paspoort of identiteitskaart voor volwassenen. Een gemeente mag dan maximaal € 64,44 voor een paspoort rekenen. En € 50,40 voor een identiteitskaart. De prijs voor een paspoort of identiteitskaart voor minderjarigen blijft hetzelfde.

Subsidie opwekken duurzame energie

Vanaf 4 januari 2016 kunnen consumentensubsidie aanvragen om een zonneboiler, warmtepomp, biomassaketel of pelletkachel te (laten) plaatsen.

Subsidieregeling verwijderen asbestdaken
Aanvragen van subsidie voor het (laten) verwijderen van een asbestdak is mogelijk vanaf 4 januari 2016 om 09.00 uur. Particulieren, bedrijven, non-profit organisaties en overheden kunnen gebruik maken van deze subsidie.

Proef beloningssysteem inleveren kleine plastic flesjes
Per 1 januari 2016 start een proef voor een beloning als kleine plastic flesjes worden ingeleverd. Het gaat om kleine petflessen van 0,5 liter of kleiner.

Verbod op gratis plastic tassen
Vanaf 1 januari 2016 worden geen gratis plastic tassen meer in een winkel verstrekt. Hierbij maakt het niet uit of het een dunne of een dikke plastic tas is.

1 tarief voor frisdranken
Er waren verschillende tarieven voor verschillende soorten alcoholvrije dranken. De verbruiksbelasting voor limonade was hoger dan de verbruiksbelasting voor vruchtensap, groentesap of mineraalwater. De 2 soorten tarieven worden vervangen door 1 nieuw tarief van € 8,83 per 100 liter. Vanaf 1 januari 2016 moet voor een liter vruchtensap, groentesap of mineraalwater 3,1 cent meer verbruiksbelasting worden betaald. Voor een liter limonade is dit 1,2 cent meer.

Het laagste tarief van de bieraccijns wordt ook gelijk aan het nieuwe tarief. De meest verkochte bieren worden niet duurder.

Tabak duurder
De accijns van rooktabak per 1 april 2016 omhoog. De verbruiksbelasting van een pakje shag van 40 gram gaat met € 0,54 omhoog.
Daarnaast vindt per 1 april 2016 de jaarlijkse aanpassing plaats van de tarieven van de tabaksaccijns.

Meldplicht bij diefstal van data
Is er een datalek geweest bij bijvoorbeeld uw bank, de Belastingdienst of de Sociale Verzekeringsbank? En zijn persoonlijke gegevens op straat komen te liggen? Vanaf 1 januari 2016 zijn overheden en bedrijven verplicht om dit direct te melden bij het College Bescherming Persoonsgegevens.

Iedereen een Berichtenbox
Voor iedereen staat een persoonlijke Berichtenbox klaar op MijnOverheid. Dit is de digitale postbus van de overheid.

Betere bescherming privacy slachtoffers
Persoonlijke gegevens van slachtoffers zoals adres, telefoonnummer of woonplaats worden niet langer standaard beschikbaar gesteld aan de verdachte en zijn advocaat.

– ONDERNEMERS

Hier volgen enkele nieuwe en gewijzigde regels voor ondernemers. Meer wetswijzigingen per 1 januari voor ondernemers staan op de website Ondernemersplein en bij de Belastingdienst.

Opgebouwd pensioen zzp’er beschermd voor vermogenstoets bij bijstandsuitkering
Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) moeten tot 2016 eerst hun pensioengeld aanspreken als zij in de bijstand komen. Vanaf 1 januari 2016 wordt het pensioenvermogen tot € 250.000 vrijgelaten. Het pensioenvermogen boven dat bedrag telt wel mee als vermogen.

Crowdfunding wordt eenvoudiger
Het wordt eenvoudiger om financiering te verkrijgen via crowdfunding. Dit is rechtstreekse (online) financiering van ondernemingen door het publiek. Zo kunnen geldgevers straks meer investeren of uitlenen.

Acquisitiefraude wordt strafbaar
Er komt een duidelijke straf op acquisitiefraude: maximaal 2 jaar gevangenisstraf. Daarnaast komt er een betere bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken. Onder acquistitiefraude valt bijvoorbeeld telefonische misleiding of misleiding via een vertegenwoordiger, maar ook de zogenaamde spookfacturen.

VAR wijzigt
De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) gaat waarschijnlijk verdwijnen per 1 april 2016. De VAR wordt vervangen door modelovereenkomsten. In de tussentijd is er een overgangsregeling.

Wijziging RDA en S&O-afdrachtvermindering
De kosten en uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O) vallen vanaf 2016 onder de S&O afdrachtvermindering. Tot 2016 vielen deze kosten onder de Research & Developmentaftrek (RDA).

Schenden boekhoud- en publicatieplicht leidt tot aansprakelijkheid

By | Nieuws | No Comments

In het nieuwe jaar zult u de jaarrekening 2015 van uw vennootschap weer (laten) opmaken en deponeren bij de Kamer van Koophandel. Het is belangrijk de boekhouding van uw vennootschap goed bij te houden en tijdig de jaarrekening te publiceren. Doet u dit niet, dan kunt u als bestuurder aansprakelijk zijn als uw vennootschap failliet gaat.

Verplichtingen op grond van de wet

De wet stelt het bestuur van iedere rechtspersoon verplicht om een deugdelijke administratie te voeren en deze gegevens zeven jaar te bewaren.
Als de vennootschap jaarrekeningplichtig is, dan moet het bestuur binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening opmaken en tekenen. De aandeelhouders kunnen hiervoor, indien sprake is van bijzondere omstandigheden, maximaal vijf maanden uitstel verlenen. (Let op: dit was eerder zes maanden, maar de wet is onlangs gewijzigd.)
Nadat de jaarrekening is opgesteld, hebben de aandee
lhouders twee maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen. Als alle aandeelhouders tevens bestuurder van de vennootschap zijn, dan is de jaarrekening meteen vastgesteld als alle bestuurders deze getekend hebben. Deze regel kan echter in de statuten van de vennootschap worden uitgesloten.

Als de jaarrekening is vastgesteld, dan moet het bestuur binnen acht dagen de jaarrekening deponeren bij het handelsregister. Willen de aandeelhouders de jaarrekening niet vaststellen, dan moet het bestuur toch de voorlopige jaarrekening deponeren.

Aansprakelijkheid bij faillissement
In de wet is opgenomen dat als een vennootschap failliet gaat, iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden als deze niet met (de opbrengst van) de baten van de vennootschap kunnen worden voldaan. Deze aansprakelijkheid ontstaat alleen als het bestuur zijn taak niet behoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Vervolgens bepaalt de wet dat als het bestuur de administratie niet goed heeft bijgehouden en de jaarrekeningen niet (tijdig) gedeponeerd, er sprake is van onbehoorlijke taakvervulling. Iedere bestuurder is dan aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap, tenzij hij kan bewijzen dat het niet aan hem te wijten is dat de boekhouding niet op orde is en dat hij er alles aan heeft gedaan om de gevolgen af te wenden. Het zal waarschijnlijk niet meevallen om dit bewijs te leveren!

In de statuten van uw vennootschap is (waarschijnlijk) de procedure voor het opmaken en vaststellen van de jaarrekening opgenomen. Let u er wel op dat de wet tussentijds gewijzigd kan zijn. Indien de statuten afwijken van in de wet dwingend voorgeschreven bepalingen, dan geldt uiteraard de wet.