All Posts By

admin

Aanpassing kleineondernemersregeling scheelt administratieve lasten

By | Nieuws | No Comments

Er is een aanpassing de kleineondernemersregeling op komst. De nieuwe regels treden naar verwachting op 1 januari 2020 in werking. Bent u ondernemer met minder dan € 20.000 omzet? Dan kunt u vanaf 2020 volstaan voor een keuze voor btw-vrijstelling. U heeft dan geen aangifteverplichting meer, maar kun daartegenover ook geen btw meer in aftrek brengen.

De huidige regels bepalen dat u, als u in één jaar minder dan € 1.883 btw moet betalen, recht hebt op belastingvermindering of zelfs helemaal geen btw hoeft af te dragen. U moet dat nu wel zelf berekenen en dat in uw laatste btw-aangifte van het betreffende jaar melden.

De nieuwe regels zijn gebaseerd op omzet. Als u minder dan € 20.000 omzet in Nederland heeft gerealiseerd, kunt u vanaf 2020 kiezen voor vrijstelling van de omzetbelasting. U kan dan geen btw meer in rekening brengen en hoeft geen btw-aangifte meer te doen. U bent dan af van alle administratieve plichten. Wel moet u er rekening mee houden dat u dan de btw die andere ondernemers aan u berekenen, niet kunt aftrekken. De regeling gaat ook gelden voor stichtingen, verenigingen en bv’s.
De aanpassing is onderdeel van het Belastingplan en komt nog ter behandeling in de Tweede en Eerste Kamer.

Wilt u meer weten over rechtsvormen in combinatie met omzet en btw-verplichting? Bel ons voor het maken van een afspraak.

 

Fiets van de Zaak

By | Nieuws | No Comments

Regels rondom leasefietsen zijn eenvoudiger

Het wordt een stuk aantrekkelijker om je medewerkers een fiets van de zaak te geven dankzij een versimpeling van de fiscale fietsregeling. Per 1 januari 2020 moet de leasefiets net zo interessant zijn als de auto.

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën wil dezelfde fiscale regels voor leasefietsen als voor leaseauto’s, want ‘fietsen is gezond, goed voor het milieu en vermindert files.’

Dat schrijft de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer. Daarom wil het kabinet per 1 januari 2020 de regels versimpelen. Fietsen van de zaak krijgen een vaste, forfaitaire bijtelling waarover belasting moet worden betaald.

Hoe hoog de bijtelling precies wordt, daarover moet de minister nog in gesprek met zes organisaties (ANWB, Bovag, Fietsersbond, Natuur en Milieu, Rai Vereniging en de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen).

Hoe zit het nu?

Volgens de Bovag zijn er op dit moment grofweg 10.000 fiscaalvriendelijke fietsen, tegenover 700.000 leaseauto’s. Zo’n groot verschil is niet zo gek, want de regelgeving is nu best ingewikkeld.

De bedrijfsfiets valt onder de werkkostenregeling. Via die regeling kun je als werkgever extraatjes geven aan je medewerkers tegen fiscaal aantrekkelijke voorwaarden. Behalve om een fiets kan het bijvoorbeeld gaan om een mobiele telefoon, een sportabonnement of een kerstpakket.

Keuzes maken

Dat de fiets fiscaal in dezelfde hoek zit als die andere extra’s, betekent in de praktijk dat ondernemers keuzes moeten maken. De werkkostenregeling gaat tot 1,2 procent van de totale loonsom. Komt het bedrijf boven dit bedrag uit, dan moet over het meerdere een eindheffing van 80 procent betaald worden.

Kilometers bijhouden

Bovendien moeten werknemers die hun leasefiets ook privé gebruiken precies bijhouden hoeveel kilometers ze zakelijk en privé rijden. En dat is ingewikkeld: een ritje naar huis in de lunchpauze geldt als woon-werkverkeer, maar als je op je thuiswerkdag de fiets gebruikt om in de stad een broodje te halen voor de lunch, is dat weer privégebruik.

Van die privékilometers worden zaken als onderhoudskosten en stroomverbruik – in het geval van een elektrische fiets – afgetrokken. Het bedrag dat onderaan de streep overblijft, moeten werkgevers bij het belastbare salaris optellen.

Bij een leaseauto werkt het anders: de waarde wordt vastgesteld via een forfait, waarmee de gebruiker het privégebruik kan afkopen.

Wat gaat er veranderen?

In 2020 moet er een simpelere regeling komen via forfaitaire bijtelling, net als bij de auto. Het is de bedoeling dat de leasefiets naast de auto van de zaak mag worden gebruikt. Juist de combinatie van beide vervoermiddelen kan het voor mensen aantrekkelijker maken om een aantal dagen in de week in plaats van met de auto op de fiets naar het werk te gaan.

Andere opties op dit moment

Wil je in de tussentijd toch je werknemers stimuleren om te fietsen, maar vindt je de werkkostenregeling te ingewikkeld? Het aanwenden van de werkkostenregeling is niet verplicht. Als werkgever kun je de de kosten voor een leasefiets ook inhouden van het salaris of verrekenen met de reiskostenvergoeding. In dat laatste geval kun je een onbelaste reiskostenvergoeding uitkeren van 19 cent per kilometer. De meeste bedrijven geven die vergoeding aan werknemers die met hun eigen auto reizen, maar het gaat dus ook op voor de leasefiets.

 

Tips voor het opzetten van je boekhouding

By | Nieuws | No Comments

Waar moet je allemaal aan denken?

Een boekhouding is een geordende weergave van de inkomsten en uitgaven van een persoon of bedrijf. Ook als je hiervoor een boekhouder inschakelt, is het zinvol om een goede basiskennis van boekhouden te hebben.

 

Registreer inkomsten en uitgaven
Probeer de inkomsten en uitgaven voor de zaak altijd zoveel mogelijk gescheiden te houden van je privé-uitgaven. Dat maakt het gemakkelijker om ze te volgen en dat bespaart je veel tijd en (als je de boekhouding uitbesteedt) geld.

  • Open voor jouw zaak een aparte bank- of girorekening die je niet gebruikt voor jouw privébestedingen; betaal uitgaven voor de zaak alleen via die rekening;
  • Betaal zo min mogelijk cash: vraag bij vaste leveranciers of je op rekening kunt kopen; als dat niet kan dan zijn cheques en pinnen hier een uitkomst;
  • Controleer alle facturen zodra je ze binnenkrijgt; als je btw-plichtig bent, check dan ook of het btw-bedrag vermeld staat;
  • Vraag overal (geschreven) bonnetjes en controleer of ze duidelijk genoeg zijn; controleer of het btw-bedrag apart vermeld staat; noteer op de bonnetjes waarvoor het is en hoe je hebt betaald (als dit er niet op staat);
  • Bewaar alle bonnetjes op een vaste plek en splits ze regelmatig uit naar kas of bank/giro (cheques/pinnen);
  • Als jouw personeel inkopen voor je doet, zorg dan dat zij ook bonnetjes vragen en deze met het wisselgeld weer in de kas leggen.

 

Rubriceer inkomsten en uitgaven
Jij weet het beste wat er in jouw zaak omgaat en welke kosten je in de gaten moet houden, dus kun je ook het beste bedenken welke gegevens je later uit je boekhouding wilt halen. Het opzetten van de kolommen of het rekeningschema is een belangrijke beslissing. Controleer voor jezelf welke kostenrubrieken je apart wilt volgen:

  • Huisvesting: huur of rente hypotheek, gas, water, elektra, schoonmaakkosten, onderhoud, tuinkosten, onroerende-zaakbelasting, verzekeringen, diversen;
  • Inventaris: gereedschap, onderhoudskosten en kleine aanschaffingen (€ 450,-) voor kantine-inventaris, kantoorinventaris e.d.;
  • Materialen: grondstoffen, halffabrikaten, handelsartikelen;
  • Bedrijfswagens: belasting, verzekering, brandstof, onderhoud, reparatie, leasekosten;
  • Financieringskosten: rente leningen, bankkosten en rente bankkrediet, leasekosten;
  • Afschrijvingen: onroerend goed, inventaris, auto’s;
  • Voorzieningen: groot onderhoud, garantieverplichtingen;
  • Personeel: netto salaris, loonbelasting/PVV, werknemersverzekeringen, onkostenvergoedingen, spaarregelingen, ontvangen ziekengeld, overige personeelkosten;
  • Algemene kosten: accountant/administratiekosten/adviseurs, kantoorbenodigdheden, telefoon, porto en andere verzendkosten, vakopleidingen + reiskosten personeel, vakliteratuur, contributies, bedrijfsverzekeringen, reclame, giften, andere gemengde kosten;
  • Algemene kosten deels aftrekbaar: kantinekosten, relatiegeschenken, representatie, reis- en verblijfskosten;
  • Privé-uitgaven: eventuele privébestedingen die via uw zaak zijn gegaan, privéopnames uit kas van de zaak.

 

Als je btw-plichtig bent, dien je alle kosten exclusief btw aan de kostenrubrieken toe te rekenen; de in rekening gebrachte btw boek je naar twee aparte rekeningen:

  • betaalde btw 6%;
  • betaalde btw 21%.

Dat vergemakkelijkt het doen van jouw aangifte omzetbelasting aanzienlijk (de nog te betalen, in rekening gebrachte btw kun je aflezen uit het inkoopboek)

 

Ook de inkomsten wil je wellicht opgesplitst hebben naar bedrijfsonderdeel of groepen van klanten; daarnaast heb je nog nodig:

  • privé-stortingen;
  • ontvangen btw 6 %;
  • ontvangen btw 21%.

 

LET OP: ook bij 0% btw moet je dit in ieder geval melden op de factuur. Is de verleggingsregeling van toepassing, dan dien je dit ook te vermelden.

Pas op voor te veel rekeningen: tijdens het invoeren van de journaalposten moeten de verschillende kosten- en inkomstenposten nog wel een duidelijk te onderscheiden zijn. Zodra een post in twee of meer rubrieken kan worden ondergebracht, is het systeem te uitgebreid.

In de meeste boekhoudsoftwareprogramma’s kun je de diverse rekeningen vaak groeperen in rubrieken, waarvoor aparte totaaltellingen worden gemaakt. In ieder geval is het zinvol om dan de kostenrekeningen en de inkomstenrekeningen in aparte rubrieken te groeperen.

 

De balans
Naast de kosten- en inkomstenrubrieken heb je ook een aantal balansrekeningen nodig. Voorbeelden hiervan zijn voor de activa:

  • Bedrijfspand;
  • Inventaris:bezittingen die je op de balans hebt geactiveerd, zoals kantoorinventaris, computers, kantine-inventaris; meestal wordt een grens van €450,- aangehouden waaronder bezittingen niet meer geactiveerd worden;
  • Productiemiddelen: machines, groter gereedschap;
  • Voorraden: grondstoffen, halffabrikaten, gereed product, handelsvooraad;
  • Vervoermiddelen: eigen auto’s (geen leaseauto’s);
  • Vorderingen: uitstaande leningen, debiteuren (= verkoopboek min kostenpost debiteuren);
  • Geldmiddelen: kas, bank, giro, deposito’s, kruisposten.

 

Voor de passiva:

  • Eigen vermogen, inclusief voorzieningen voor pensioenen etc.;
  • Langlopende schulden: hypotheek en langlopende kredieten;
  • Kortlopende schulden: rekening courant, leverancierskrediet (= inkoopboek min kostenpost crediteuren);
  • Voorzieningen: groot onderhoud, garantieverplichtingen, eigen risico bij schade (assurantie eigen risico);

 

Winst- en verliesrekening
Met behulp van de kosten- en inkomstenrubrieken kun je op ieder moment dat je je boekhouding hebt bijgewerkt een winst- en verliesrekening opstellen. Daarbij moet je de cijfers echter nog corrigeren met:

  • De openstaande facturen (totaal verkoopboek min de rubriek debiteuren);
  • De nog niet betaalde leveranciers (inkoopboek min de rubriek crediteuren);
  • Een eventuele toename of afname van de voorraden: deze staan niet in de boekhouding vermeld; je zult de magazijnvoorraad aan het begin en het eind van de periode moeten tellen; er zijn veel computerprogramma’s die naast de boekhouding, verkoopboek en inkoopboek ook de voorraden kunnen bijhouden; als jouw voorraden erg waardevol zijn en veel schommelen, kun je overwegen jouw voorraadadministratie aan de boekhouding te koppelen;
  • De afschrijvingen (= de waardevermindering in een bepaalde periode door het gebruik) van pand, machines, inventaris, auto’s en dergelijke over de periode waarvan je de winst- en verliesrekening opmaakt;
  • Een tijdsevenredig deel van de voorzieningen.

 

Vragen en-of ondersteuning

Heeft u op basis van de bovenstaande informatie vragen of zou u graag door ons worden ondersteund, neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op.

Geen handhaving Wet DBA tot 2020

By | Nieuws | No Comments

De opschorting van de handhaving van de omstreden Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot 1 januari 2020. Dat schrijven minister Koolmees van Sociale Zaken en staatssecretaris Snel van Financiën vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Vanaf 2020  moet nieuwe wetgeving klaar zijn. Tot die tijd krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen boetes of naheffingen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Kwaadwillenden

Wel gaat het kabinet de mogelijkheden voor de handhaving van kwaadwillenden vanaf 1 juli 2018 verruimen. Van kwaadwillendheid is sprake als bewezen kan worden dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, evidente èn opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Dienstbetrekking

Met de Wet DBA is de afgelopen periode geprobeerd duidelijkheid te scheppen over de vraag wanneer er sprake is van een dienstbetrekking. In plaats van duidelijkheid leverde de wet juist veel onrust onder ZZP’ers en opdrachtgevers op. Daarom zet het kabinet nu in op nieuwe wet- en regelgeving.

Doel

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid onder ZZP’ers tegengaan en een einde maken aan de situatie dat mensen als ZZP’ers werken voor een tarief dat zo laag is dat zij zich niet kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en geen pensioen kunnen opbouwen. Anderzijds wil het kabinet een einde maken aan het concurrentienadeel dat bedrijven ondervinden die zich aan de regels houden omdat andere bedrijven handige constructies gebruiken om lonen te drukken en risico’s af te wentelen. Vaste werknemers, flexwerkers en ZZP’ers horen op de werkvloer geen concurrenten van elkaar te zijn, stelt het kabinet.

 

Wat is een holding?

By | Nieuws | No Comments


Een holding oprichten, is dat nodig?

Als u een BV opricht om uw bedrijf in te starten (of uit te breiden), dan kunt u ervoor kiezen om een holding én een werkmaatschappij op te richten. Wat is eigenlijk een holding, en is het nodig om een holding op te richten?
Wat is een holding?
Een holding en een werkmaatschappij zijn allebei BV’s. We gebruiken deze namen om aan te geven met wat voor BV we te maken hebben.
Een werkmaatschappij – de naam zegt het al- is de BV waarin een onderneming wordt gedreven. Een holding, ook wel een houdstervennootschap genoemd, wordt gebruikt om aandelen, geld, intellectuele eigendom, patenten en ander vermogen in te “bewaren”. Als u een holding heeft, bent u daarvan de aandeelhouder. De holding is de aandeelhouder van de werkmaatschappij.
Waarom een holding oprichten?
Reden 1: winst veilig stellen zonder al belasting te betalen.
Als u geen holding opricht (maar alleen een werkmaatschappij), dan bent u zelf de aandeelhouder van de werkmaatschappij. Als deze BV winst maakt, kunt u ervoor kiezen om deze winst aan uzelf uit te keren of om de winst in de onderneming te laten. Als u de winst in de BV laat zitten, dan is dit verhaalbaar vermogen voor schuldeisers. Als de BV een claim krijgt of failliet gaat, dan bent u de winst kwijt die u in de BV had laten zitten.
Op het moment dat u de winst aan uzelf uitkeert moet u er inkomstenbelasting over betalen. Dat is vervelend als u de winst (nog) niet nodig heeft voor uw levensonderhoud, maar het op uw bankrekening zet. Over uw spaarsaldo betaalt u namelijk ook jaarlijks inkomstenbelasting (Box 3-heffing).
Als u niet alleen een werkmaatschappij, maar ook een holding heeft, dan kunt u de winst in de holding veiligstellen. Zolang het geld in de holding zit, betaalt u er nog geen belasting over.
Reden 2: ander vermogen veilig stellen
Het voor uw bedrijf belangrijke vermogen, zoals intellectuele eigendom (patenten, merknamen, octrooirechten) of een bedrijfspand, wilt u bij een eventueel faillissement of een schadeclaim niet kwijtraken. Als dit vermogen in de werkmaatschappij zit, dan kunnen schuldeisers zich op dit vermogen verhalen. Liever stelt u dit vermogen daarom veilig in een holding.
Reden 3: verkoop van je onderneming
Als u een werkmaatschappij heeft zonder holding, en u verkoopt de aandelen in deze werkmaatschappij, dan betaalt u inkomstenbelasting over de winst uit de verkoop van die aandelen. U bent direct dus een flink deel van de verkoopopbrengst kwijt.
Zou u een holding en een werkmaatschappij hebben, dan komt de winst van de verkoop van de werkmaatschappij in de holding terecht. De holding betaalt daarover geen belasting. Daardoor kunt u de gehele verkoopopbrengst investeren in een nieuw bedrijf, of fiscaal gunstig inzetten voor uw oudedagsvoorziening.
Nu een holding oprichten, of kan dat later ook?
U kunt ervoor kiezen om direct bij het oprichten van een werkmaatschappij ook een holding op te richten. De structuur van uw onderneming is dan alvast klaar voor de toekomst. Het nadeel is, dat u bij de start van uw onderneming wat meer kosten maakt omdat u twee BV’s opricht.
Richt u alleen een werkmaatschappij op, dan kunt u op een later moment een holding “ertussen schuiven”. U draagt dan de aandelen in de werkmaatschappij over aan de holding. Door deze extra stap is deze route wat ingewikkelder en duurder. Ook de fiscale aspecten moeten daarbij in ogenschouw worden genomen.
Wij vertellen u graag meer over het wel of niet oprichten van een holding. Neem gerust contact met ons op.

EINDEJAARSTIPS 2016

By | Nieuws | No Comments

Tips voor de BV/IB ondernemer

1 Maak nu nog gebruik van de innovatiebox

Innoverende ondernemers dienen dit jaar nog na te gaan of ze voldoen aan de nu nog soepele regels voor de innovatiebox. Alle winsten die namelijk voortkomen vanuit die innovatie worden belast tegen een verlaagd vennootschapsbelastingtarief van 5%. De regels voor de innovatiebox worden in 2017 strenger. Er komt een onderscheid tussen ‘kleine’ en ‘grote’ belastingplichtigen. Voor kleinere ondernemingen blijft een S&O-verklaring voldoende. Grote ondernemingen (meer dan 50 miljoen omzet per jaar en meer dan 7,5 miljoen voordeel uit innovatie) moeten naast de S&O verklaring beschikken over een van de onderstaande zaken:

  • een octrooi;
  • een kwekersrecht;
  • programmatuur;
  • een vergunning om geneesmiddelen op te markt te brengen;
  • een geregistreerd gebruiksmodel ter bescherming van innovatie;
  • een aanvullend beschermingscertificaat.

2 Maak gebruik van de verruimde fiscale eenheid

Bekijk binnen uw structuur of er een mogelijkheid bestaat om een fiscale eenheid te vormen conform de nieuwe bepalingen. Deze nieuwe bepalingen, gebaseerd op Europese rechtspraak, maken het mogelijk een fiscale eenheid te vormen tussen een Nederlandse grootmoedervennootschap en een Nederlandse kleindochtervennootschap met een buitenlandse, maar wel binnen de EU of EER gevestigde, tussenhoudster. Ook is het mogelijk om een fiscale eenheid te vormen tussen twee Nederlandse zustervennootschappen met een gezamenlijk buitenlandse, maar wel binnen de EU of EER gevestigde, moedervennootschap.

3 Bekijk of u uw winst kunt beïnvloeden

Indien u een BV heeft, bepaalt de hoogte van uw winst welk tarief voor de vennootschapsbelasting geldt:

  • Voor winsten tot € 200.000 geldt het mkb-tarief van 20%;
  • Voor winsten boven € 200.000 geldt een tarief van 25%.

Bekijk of er mogelijkheden zijn om de winst van uw BV uit te stellen. De eerste tariefschijf van de vennootschapsbelasting van 20% wordt namelijk in 2018 verlengd van € 200.000 naar € 250.000, in 2020 van € 250.000 naar € 300.000 en in 2021 van € 300.000 naar € 350.000. Hierdoor valt straks een groter deel van de winst in het tarief van 20%.

4 Winst uitstellen door voorziening

Gezien de verlenging van de eerste schijf van de vennootschapsbelasting kan het aantrekkelijk zijn om uw winst uit te stellen door het vormen van een voorziening. Hiervoor moet u aantonen dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum.

Tip

U kunt een voorziening vormen voor bijvoorbeeld een reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten of jubileumuitgaven voor het personeel. Ga na of dit haalbaar is binnen uw BV.

5 Verlaag uw winst met het ondernemingsverlies

Ga na of u nog ondernemingsverliezen uit het verleden heeft die u kunt verrekenen met uw behaalde winsten. U kunt namelijk uw verlies in de vennootschapsbelasting verrekenen met de belastbare winst uit het voorafgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Uw ondernemingsverlies in de inkomstenbelasting kunt u verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Tip

Heeft u geen winst behaald en loopt u zo het risico dat uw verlies verloren gaat? Haal dan uw winst naar voren. U kunt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel verkopen.

6 Verlaag uw winst door te investeren

Verwacht u dat uw winst hoog uit zal vallen dit jaar? Ga na of u bedrijfsmiddelen dient aan te schaffen voor uw onderneming. Doet u dit nog voor het einde van het jaar dan verlaagt u daarmee uw winst.

7 Pas de investeringsaftrek toe

Naast dat investeringen uw winst verlagen kunt u ook nog eens in aanmerking komen voor een gunstige fiscale aftrekpost, namelijk de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. U dient wel een investering te hebben gedaan tussen de € 2.300 en € 309.693.

Tip

Heeft u meerdere kleine investeringen? Zorg ervoor dat u aan het einde van het jaar genoeg investeringen hebt gedaan om boven de drempel van € 2.300 te komen.

Let op

Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook bijvoorbeeld goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer.

8 Kijk uit voor de desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoopt u het bedrijfsmiddel weer of stoot u het bedrijfsmiddel af, dan krijgt u mogelijk te maken met de desinvesteringsbijtelling. Deze bepaalt dat u de aftrek gedeeltelijk terug moet betalen. Houd hier dus rekening mee. Door de vijf-jaar grens kan het handig zijn om een desinvestering nog even uit te stellen.

9 Breng zakelijke kosten in aftrek

Uw winst wordt ook verlaagd door zakelijke kosten in aftrek te brengen. Dit zijn kosten die u maakt voor de zakelijke belangen van uw onderneming en die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van uw onderneming. Alle andere kosten zijn niet aftrekbaar.

Tip

Ga na of u bijvoorbeeld te maken heeft met de volgende kosten in uw onderneming. Deze kosten kunnen namelijk als zakelijk worden bestempeld:

  • adviezen over de levensvatbaarheid van de onderneming;
  • inschrijving in het handelsregister;
  • huur van bedrijfsruimte;
  • briefpapier en ander correspondentiemateriaal;
  • inrichting van een kantoor of werkplaats;
  • onderhoudskosten;
  • verzekeringen.

10 Maak gebruik van voorlopige verliesverrekening

Heeft u dit jaar te maken met een verliesgevende BV en heeft u geld nodig? Vraag de Belastingdienst na het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2016 om een voorlopige verliesverrekening. De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2015. U ontvangt een teruggaaf.

11 Wees voorzichtig met een voorlopige teruggaaf

Een voorlopige teruggaaf kan aantrekkelijk zijn omdat het direct liquiditeit oplevert. Maar pas op, u kunt naderhand wel geconfronteerd worden met belastingrente, indien die teruggaaf niet blijkt te kloppen. De belastingrente bedraagt momenteel 8% voor de vennootschapsbelasting. Voorkom deze hoge rente en zorg dat uw voorlopige aanslag overeenstemt met de werkelijkheid. Dit geldt niet alleen voor de vennootschapsbelasting. Voor andere belastingen (waaronder de inkomstenbelasting) is de rente misschien minder hoog maar met 4% nog steeds fors.

12 Denk aan de herinvesteringsreserve

Heeft u dit jaar een bedrijfsmiddel verkocht? U hoeft de opbrengst niet als winst op te geven als u het reserveert om weer een bedrijfsmiddel te kopen. Voorwaarde is dat u op de balansdatum een voornemen hebt om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. De boekwinst op het verkochte bedrijfsmiddel neemt u dan niet op in de fiscale winst, maar voegt u toe aan de herinvesteringsreserve. Hiermee voorkomt u dat er direct belasting wordt geheven over die boekwinst.

13 Bewaar uw administratie

Gooi niet al te snel uw administratie weg. U moet namelijk rekening houden met de wettelijke bewaartermijn van ten minste zeven jaar van uw administratieve gegevens. Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen, moet u de btw-boekhouding tien jaar bewaren. Permanente stukken (aktes, pensioen- en lijfrentepolissen enzovoort) mogen niet worden weggegooid.

14 Regel uitstel voor uw belastingschulden

Kunt u uw belastingschulden tijdelijk niet op tijd voldoen? Vraag dan telefonisch uitstel van betaling aan bij de Belastingdienst. De Belastingdienst verleent maximaal vier maanden uitstel van betaling. De Belastingdienst verleent alleen kort telefonisch uitstel als:

  • uw totale openstaande belastingschuld minder dan € 20.000 bedraagt,
  • u nog geen dwangbevel heeft gekregen voor de openstaande belastingschuld,
  • in de openstaande belastingschuld geen onbetaalde vergrijpboete is begrepen.

Let op

Een belastingschuld waarvoor u uitstel van betaling heeft in verband met een bezwaarschrift telt niet mee voor de grens van € 20.000.

Tip

Denkt u dat u uw openstaande belastingschulden niet binnen maximaal vier maanden kunt betalen? Vraag dan meteen schriftelijk uitstel van betaling aan voor een langere periode. De Belastingdienst verleent namelijk geen uitstel van betaling voor aanslagen waarvoor al eerder kort telefonisch uitstel van betaling is verleend.

 

Tips alleen voor IB ondernemers

15 Maak gebruik van de ondernemingsfaciliteiten

U kunt als ondernemer in aanmerking komen voor fiscale ondernemersfaciliteiten. In 2016 kunt u als ondernemer nog een beroep doen op de volgende faciliteiten:

  • de mogelijkheid om 9,8% van de winst uit onderneming te doteren aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). De FOR-dotatie bedraagt in beginsel maximaal € 8.774;
  • de zelfstandigenaftrek van maximaal € 7.280, mits de winst daarvoor toereikend is. Dit bedrag is voor starters verhoogd met € 2.123. Voor ondernemers die de AOW-gerechtigde leeftijd zijn gepasseerd geldt juist een 50% lagere vrijstelling;
  • de aftrek speur- en ontwikkelingswerk (S&O) van in beginsel € 12.484. Dit bedrag wordt voor starters nog verhoogd met € 6.245;
  • de meewerkaftrek. Deze is afhankelijk van de winst, en;
  • de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid van minstens € 4.000. Hiervoor geldt een verlaagd urencriterium.

Let op

De bovengenoemde faciliteiten zijn alleen van toepassing als de ondernemer aan het urencriterium voldoet. Voor de meeste faciliteiten gelden daarnaast aanvullende voorwaarden.

16 Uw urenadministratie in orde?

Indien u in aanmerking wilt komen voor de ondernemersfaciliteiten, moet u elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw onderneming. Heeft u naast uw onderneming een baan? Dan zit er een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van de tijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren. Zo kunt u bij vragen of controle van de Belastingdienst in ieder geval aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

17 Bent u resultaatgenieter of ondernemer?

U komt als ondernemer in aanmerking voor de mkb-winstvrijstelling ongeacht of u voldoet aan het urencriterium. De mkb-winstvrijstelling is een aftrekpost op uw winst en bedraagt 14%.

Let op

De mkb-winstvrijstelling verlaagt uw fiscale winst. Daardoor bent u minder belasting verschuldigd. Als uw onderneming verlies lijdt, verkleint de mkb-winstvrijstelling het fiscale verlies. In dat geval is de vrijstelling dus nadelig voor u.

Indien u voor de inkomstenbelasting niet wordt gezien als ondernemer maar u wel werkzaamheden verricht die rendabel zijn, geniet u inkomsten uit overig werk. U kwalificeert dan als resultaatgenieter. Voor de resultaatgenieter kan een vergelijkbare faciliteit gelden in de vorm van de terbeschikkingstellingsvrijstelling. Deze faciliteit geldt ook voor de aanmerkelijkbelanghouder die vermogensbestanddelen ter beschikking stelt aan zijn BV. De faciliteit houdt in dat 12% van het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden is vrijgesteld van inkomstenbelasting.

BTW tips

18 Straks eenvoudig uw btw over facturen niet-betalende debiteuren terugvragen

U kunt btw die u al hebt afgedragen maar niet (meer) van de debiteur kunt innen, terugvragen bij de Belastingdienst. Deze btw mag niet worden aangegeven op het suppletieformulier en ook niet in de eerstvolgende btw-aangifte. De enige mogelijkheid om deze btw terug te vragen is door middel van een speciaal verzoek. Dit is in de praktijk niet altijd even makkelijk omdat u moet aantonen dat u het gefactureerde bedrag niet heeft en ook niet zult ontvangen. Bijvoorbeeld door een brief van de afnemer of een curator die aangeeft dat er onvoldoende middelen zijn om de vordering te voldoen. Daarnaast zit er ook een deadline aan vast. Het verzoek moet binnen één maand na afloop van het tijdvak waarin is komen vast te staan dat de vordering niet (of niet geheel) zal worden betaald, worden ingediend.

De bovenstaande procedure wordt vereenvoudigd. Het recht op teruggaaf ontstaat in ieder geval wanneer de vergoeding één jaar na opeisbaarheid nog niet is ontvangen. Dit betekent geen apart verzoek meer. U dient enkel de btw over het niet ontvangen bedrag in mindering te brengen in de btw aangifte.

Let op

De termijn van één maand blijft bestaan. De verwerking in de aangifte dient dus uiterlijk één maand na één jaar na opeisbaarheid van de vergoeding plaats te vinden.

19 Meld verbreken fiscale eenheid voor de btw zo snel mogelijk

Indien u niet langer voldoet aan de voorwaarden voor het bestaan van een fiscale eenheid voor de btw, loopt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schulden van alle ondernemingen binnen de fiscale eenheid door zolang de fiscale eenheid bestaat. De fiscale eenheid wordt niet met terugwerkende kracht beëindigd zodat het erg belangrijk is dat u zo snel mogelijk schriftelijk aan de Belastingdienst meldt dat de fiscale eenheid moet worden verbroken.

20 Kies het gunstigste btw-aangiftetijdvak

U mag zelf bepalen of u uw btw-aangifte per kwartaal of per maand doet. Probeer hier een juiste keuze in te maken zodat u een liquiditeitsvoordeel weet te behalen. Kijk bijvoorbeeld of u vaak btw moet afdragen, dan zou een kwartaalaangifte raadzaam zijn. Ingeval u juist te maken hebt met een structurele teruggave van btw, kunt u ervoor kiezen om maandelijks de btw- aangifte in te dienen.

Let op

Ook jaarlijks btw-aangifte doen is mogelijk. Indien u hiervoor in aanmerking wilt komen, moet u een verzoek indienen bij de Belastingdienst.

U moet dan wel voldoen aan alle volgende voorwaarden:

  • U betaalt per jaar minder dan € 1.883 btw;
  • U hebt geen vergunning artikel 23 Wet OB;
  • U hebt per jaar voor minder dan € 10.000 aan elk van de volgende activiteiten: intracommunautaire leveringen, intracommunautaire diensten, intracommunautaire verwervingen, afgenomen intracommunautaire diensten.

21 Voorkom contante betalingen brandstof zakelijke auto

U kunt de btw over het onderhoud en gebruik van uw zakelijke auto in aftrek brengen, voor zover de auto wordt gebruikt voor belaste omzet. Dit betekent dat u ook de btw op de brandstof die u betaalt voor uw zakelijke auto als voorbelasting in aftrek kan brengen. U dient wel aan te tonen dat u de brandstof zelf betaald heeft. Bij contante betalingen is het niet altijd duidelijk wie de brandstof heeft betaald. Zorg er daarom altijd voor dat de brandstof wordt betaald met een bankpas, tankpas of creditcard.

22 Bij privégebruik zakelijke auto administratie bijhouden

Gebruikt u de auto van de zaak ook privé? Dan dient u een correctie toe te passen voor de in aftrek gebrachte btw over het privégebruik in de laatste btw-aangifte van het jaar. Deze correctie wordt bepaald aan de hand van uw administratie. Daaruit moet namelijk blijken wat het privégebruik is geweest, waarbij woon-werkverkeer als privégebruik wordt aangemerkt.

Ga na of u uw administratie goed hebt bijgehouden. Heeft u geen kilometeradministratie bijgehouden? Dan moet u 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) aangeven als verschuldigde btw.

Tip

Vindt het privégebruik plaats later dan 4 jaar na het jaar waarin u de auto in gebruik hebt genomen? Dan neemt u 1,5% in plaats van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

23 Lagere grens voor kwartaalopgaaf ICP

Heeft u dit jaar in een kwartaal voor meer dan € 50.000 aan goederen geleverd aan ondernemers in andere EU-landen (intracommunautaire prestaties), dan had u maandelijks een opgaaf ICP moeten indienen. Ga na of dit juist heeft plaatsgevonden.

24 Corrigeer uw btw-aangiften Heeft u de btw in uw aangiften onjuist verwerkt? Dan kunt u bij een btw-correctie van minder dan € 1.000 (te betalen of te ontvangen), gebruik maken van de eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Grotere correcties moet u melden in een suppletieformulier Omzetbelasting.

25 Denk aan de factuureisen

Er gelden extra factuureisen indien u handel drijft binnen de EU. Dit geldt ingeval u goederen exporteert naar EU-landen en het gaat om een intracommunautaire levering. Ga na of uw facturen aan deze extra eisen voldoen:

  • Op uw facturen aan klanten die btw-aangifte doen in andere EU-landen moeten de btw-identificatienummers van u én uw klant staan. Vraag het btw-identificatienummer aan uw klant en controleer dit nummer ook;
  • U factureert met 0% btw. Daarom moet op uw factuur een aanduiding staan waaruit blijkt dat het een intracommunautaire levering is. Vermeld op de factuur in elke gewenste taal: ‘tabel II, onderdeel a, post 6, Wet OB ‘68’ of ‘artikel 138, lid 1, Richtlijn 2006/112’.

Tips voor de DGA

26 Wat moet u met uw opgebouwde pensioen in eigen beheer?

Indien u als dga nu nog pensioen in eigen beheer opbouwt, moet u er in elk geval voor zorgen dat deze opbouw vóór 2017 is gestopt en de juiste acties daartoe zijn genomen. U kunt niet wachten tot 2017. Indien u wacht riskeert u dat de pensioenaanspraak fiscaal niet meer kwalificeert als pensioen. U kunt geconfronteerd worden met een heffing van maximaal 72% over de commerciële waarde van het totaal opgebouwde pensioen.

Tip

Leg als dga samen met uw BV vast dat de pensioenopbouw stopt vóór 1 januari 2017. Wat staat u na 1 januari 2017 te wachten? U moet kiezen wat er met het opgebouwde pensioen in eigen beheer gaat gebeuren. Daarvoor krijgt u drie opties. U kunt kiezen voor afkoop. U krijgt drie jaar de tijd om uw pensioen in eigen beheer af te kopen en over te maken naar privé. U kunt kiezen voor een oudedagsverplichting, een nieuwe vorm van pensioen in eigen beheer. Als laatste optie kunt u kiezen om uw toekomstige opbouw te staken en uw reeds opgebouwde pensioen te laten staan.

Let op

Ga goed na welke optie de juiste voor u is. Elke optie heeft ook nog eens eigen voorwaarden waaraan u dient te voldoen.

27 Hoe hoog is uw gebruikelijk loon?

Ga na of u het juiste loon hebt opgegeven als dga. Uw loon bedraagt het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van de BV of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen);
  • € 44.000.

Ligt u loon lager dan deze bedragen? Dan moet u dit wel aannemelijk kunnen maken.

28 Minimumloon voor startende innovatieve dga

U mag als dga vanaf 1 januari 2017 afwijken van het gebruikelijk loon indien u kwalificeert als startende innovatieve ondernemer. Tijdens de eerste drie jaar na de start mag u uw loon verlagen tot het minimumloon.

29 Bonus of dividenduitkering?

Een extra beloning aan het einde van het jaar kan plaatsvinden in de vorm van een bonus. Let wel op dat dit als loon wordt belast tegen een hoog tarief. U kunt ook kiezen voor een dividenduitkering. Deze valt in een lager aanmerkelijk belangtarief van 25%. Ga na of u de extra beloning in de vorm van loon of in de vorm van een dividenduitkering wilt ontvangen.

30 Houd rekening met de uitkeringstoets

Indien uw BV een dividenduitkering doet, dan moet er een uitkeringstoets plaatsvinden. Het bestuur moet dan toetsen of het daarmee niet de uitbetaling van opeisbare schulden aan de overige crediteuren in gevaar brengt. Bij de toets gaat het om een beoordeling van de betalingsperiode van ongeveer twaalf maanden ná het moment van uitkering. Als het bestuur ten tijde van de uitkering weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na een uitkering niet kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, is het bestuur aansprakelijk voor het tekort dat door de uitkering ontstaat.

31 Meld lening BV voor eigen woning in de aangifte

Indien u een eigenwoninglening bij uw eigen BV heeft waarop u voor de eigenwoningrenteaftrek verplicht moet aflossen, dan moet u de gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst. U dient de informatie te verstrekken in de inkomstenbelastingaangifte 2016 en daarin ook de renteaftrek te claimen.

32 Denk aan uw sociale verzekeringsplicht

Ga na of uw sociale verzekerzekeringsplicht voor de premies werknemersverzekeringen goed is vastgesteld. Bent u wel of niet verplicht verzekerd? U bent verplicht verzekerd indien er sprake is van een gezagsverhouding tussen de bestuurder en de vennootschap. Hierbij telt mee dat de bestuurder ook aandeelhouder is en niet tegen zijn wil kan worden ontslagen.

U hebt geen verzekeringsplicht indien u als bestuurder:

  • al dan niet tezamen met uw echtgenoot, een zodanig aantal aandelen houdt dat u volgens de statuten van de vennootschap over uw ontslag kan besluiten;
  • tezamen met uw bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, al dan niet tezamen met uw echtgenoot, aandelen houdt die ten minste twee derde van de stemmen vertegenwoordigen, zodat u over zijn ontslag kan besluiten;
  • samen met de andere bestuurders alle aandelen bezitten en als aandeelhouders een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen.

Tips voor werkgever-werknemer

33 Hoe gaat u uw vrije ruimte toetsen? U hoeft als werkgever maar één keer per jaar vast te stellen wat de verschuldigde belasting in het kader van de werkkostenregeling is. U moet dan aan het einde van het kalenderjaar het totale fiscale loon van uw werknemers over het lopende jaar berekenen. Op basis van het fiscale loon berekent u de vrije ruimte en toetst u of u de vrije ruimte hebt overschreden. De eventueel verschuldigde belasting wordt afgedragen in het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.

Tip

Ga na of de jaarlijkse afrekening wel goed uitpakt voor u. Deze is namelijk niet verplicht. U kunt er nog steeds voor kiezen om de loonbelasting al eerder in gedeelten af te dragen.

34 Commissarissen niet meer in dienstbetrekking

Indien u momenteel een commissaris in fictieve dienstbetrekking heeft, komt hier per 1 januari 2017 een einde aan. U bent dan ook niet meer verplicht sociale premies en loonheffingen af te dragen.

35 Loonkostenvoordeel voor werknemers met minimumloon

Heeft u werknemers in dienst met een loon tussen de 100% en 120% van het wettelijk minimumloon? Dan ontvangt u vanaf 1 januari 2017 een loonkostenvoordeel. U hoeft hier niks voor te doen. Dit loonkostenvoordeel wordt lage-inkomensvoordeel (LIV) genoemd. Het LIV wordt vormgegeven als een vast bedrag per gemiddeld verloond uur. Hierbij geldt wel een jaarmaximum.

Let op

U komt automatisch in aanmerking voor het LIV indien uw werknemer een loon verdient van minimaal 100% en maximaal 120% van het wettelijk minimumloon dat geldt voor een 23-jarige of ouder. Daarnaast dient uw werknemer minimaal 1248 verloonde uren per jaar bij u te werken en de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

Tip

Voor een werknemer die jonger is dan 23 kunt u ook recht hebben op het LIV als deze werknemer minimaal 100% en maximaal 120% van het wettelijke minimumloon dat geldt voor een 23-jarige verdient.

36 Wacht met een auto van de zaak

Ga na of het handig is om pas in 2017 een auto van de zaak ter beschikking te stellen. Vanaf 2017 gaat namelijk het aantal bijtellingscategorieën omlaag en zal voor alle auto’s van de zaak de bijtelling van 22% gelden in plaats van 25%, behalve voor elektrische auto’s. Voor de nulemissieauto (CO2-uitstoot 0) blijft een bijtelling gelden van 4% vanaf 2017. Het rijden in een plug-in hybride auto wordt niet meer fiscaal gestimuleerd. De belastingvoordelen voor deze auto’s worden afgebouwd. Vanaf 2017 geldt voor nieuwe plug-ins de algemene bijtelling van 22%.

Tips voor alle belastingplichtigen

37 Verlaag uw box 3-vermogen

Op 1 januari 2017 zal de grondslag voor uw box 3 vermogen bepaald worden. U betaalt minder belasting als de grondslag van box 3 lager is. Dit kunt u beïnvloeden door bijvoorbeeld uw belastingschulden te betalen voor 1 januari van het nieuwe jaar. Ook kunt een schenking doen of een dure aankoop.

38 Beleggen via flits-VBI niet meer aantrekkelijk

Het wordt straks minder aantrekkelijk om de belastingheffing te verlagen door uw vermogen onder te brengen in een VBI (vrijgestelde beleggingsinstelling). Het box 3-vermogen dat ondergebracht wordt in een VBI waarin u een aanmerkelijk belang heeft, wordt straks niet alleen belast in box 2, maar ook in box 3 als dit vermogen binnen achttien maanden weer terugkomt naar box 3.

39 Wacht met schenken voor een eigen woning

Bent u van plan om een schenking te doen voor een eigen woning? Wacht dan met schenken tot na 1 januari 2017. U kunt dat gebruik maken van de verhoogde en verruimde vrijstelling voor een eenmalige schenking voor de eigen woning. De vrijstelling wordt namelijk structureel verhoogd van € 53.016 tot € 100.000. Daarnaast komt de beperking te vervallen dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind, waardoor er ook buiten de gezinssituatie gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn.

40 Laatste kans aftrek kinderalimentatieverplichting

Indien u kinderalimentatie moet betalen dan kunt u voor de laatste keer de waarde opvoeren als schuld in box 3 in uw aangifte inkomstenbelasting 2016. Deze regeling vervalt per 1 januari 2017.

41 Einde aan aftrek scholingskosten

U kunt in 2017 nog voor de laatste keer scholingskosten in aftrek brengen. Deze aftrekpost verdwijnt namelijk in 2018. U kunt daarna onder strikte voorwaarden in aanmerking komen voor scholingsvouchers. Deze zijn niet fiscaal geregeld.

Tip

U kunt als ondernemer de kosten voor scholing wel blijven aftrekken indien u kunt aantonen dat het gaat om ondernemingskosten.

42 Laatste kans aftrek onderhoud monumentenwoning

U krijgt als eigenaar van een rijksmonument nog een laatste kans in uw aangifte inkomstenbelasting 2016 om de kosten van onderhoud in aftrek te brengen. Deze regeling komt met ingang van 2017 te vervallen.

Tip

Indien u nu al verplichtingen bent aangegaan voor onderhoud maar het onderhoud vindt pas na 1 januari 2017 plaats, dan kunt u voor 2017 en 2018 mogelijk in aanmerking komen voor een subsidie.

Zzp’er mag huur aftrekken van belasting

By | Nieuws | No Comments

Goed nieuws voor thuiswerkende zzp’ers: zij mogen de kosten van hun huurwoning met terugwerkende kracht aftrekken. Dat heeft de Hoge Raad bepaald in hoger beroep.

De uitspraak volgt na een claim van een bouwondernemer die zijn huurkosten als aftrekpost opgaf. Dit wees het Haagse gerechtshof eerder af. Nu heeft de Hoge Raad echter in hoger beroep beslist dat het huurrecht een vermogensrecht is en dus tot het ondernemersvermogen gerekend mag worden. In het arrest valt onder andere te lezen dat “een tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning mede moet worden begrepen een tot ondernemingsvermogen behorend huurrecht van een woning.” Dit houdt uiteraard wel in dat de zzp’er vanuit zijn huurwoning werkzaamheden voor zijn onderneming moet verrichten.

Volledige huur aftrekbaar
Dit is goed nieuws voor thuiswerkende zelfstandige ondernemers, die hiermee – net als zzp’ers met een koopwoning – gebruikmaken van fiscale voordelen. De volledige kosten van de huurwoning mogen van de winst afgetrokken worden, wat overigens wel inhoudt dat er een bijtelling geldt voor het privégebruik van de huurwoning: “De etikettering van het huurrecht leidt ertoe dat het gehele bedrag van de huur ten laste van de winst kan worden gebracht en dat daar tegenover vanwege het privégebruik van de woning een te bepalen bedrag aan de winst dient te worden toegevoegd. Deze bijtelling betreft mede de werkkamer”, oordeelt de Hoge Raad.

De uitspraak geldt met terugwerkende kracht. Dit betekent dat zzp’ers die nog aangifte moeten doen of waarbij de aangifte nog loopt, de huurkosten al mogen opvoeren als aftrekpost.

 

Een eigen woning kopen met behulp van je ouders

By | Nieuws | No Comments

Als je ouders je willen helpen bij de aankoop of verbouwing van een huis, zijn daar meerdere mogelijkheden voor. Eerder al bespraken wij de mogelijkheid geld te lenen van je ouders. Je ouders kunnen je echter ook geld schenken voor je eigen woning. Onder voorwaarden kan deze schenking belastingvrij zijn.

Als je een schenking ontvangt voor je eigen woning, kan dit onder voorwaarden belastingvrij zijn. Dit is een groot voordeel aangezien de schenkbelasting tussen de 10 en 40 procent is, afhankelijk van de familieband en de hoogte van de schenking.

Voorwaarden
Er kan een schenkingsvrijstelling voor de eigen woning gelden, indien deze schenking wordt gebruikt voor:
De aankoop van een eigen woning, de vrijstelling vervalt weer als je niet binnen drie jaar na aankoop in de woning gaat wonen.
Het aflossen van een eigenwoningschuld.
Het verbeteren of onderhouden van de eigen woning, de schenking moet dan worden gebruikt in het jaar van de schenking en de daarop volgende twee jaren.
Het afkopen van een erfpachtcanon of soortgelijk recht.
Het aflossen van een restschuld van een verkochte eigen woning. Het moet hier gaan om een restschuld waarover nog renteaftrek mogelijk is. De restschuld moet dan tussen 28 oktober 2012 en 1 januari 2018 zijn ontstaan.

Het is belangrijk dat je de besteding van de schenking kunt bewijzen, bewaar de facturen en overige papieren dus goed. Bovendien geldt de vrijstelling pas nadat de uitgaven zijn gedaan, op deze manier wordt geen vrijstelling verkregen als de schenking uiteindelijk toch voor een ander doel wordt benut.

Om daadwerkelijk recht te hebben op de verhoogde schenkingsvrijstelling moet bovendien aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
De ontvanger van de schenking moet tussen de 18 en 40 jaar zijn. Als je zelf ouder bent dan 40, maar je echtgenoot (of geregistreerd partner) is nog geen 40, dan mag je alsnog gebruik maken van de vrijstelling.
De schenking moet worden ontvangen door je ouders.

Verhoogde vrijstelling
Voor 2016 bedraagt de eenmalig verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning €53.016. Dit bedrag kan eenmalig door de ouders aan elk kind geschonken worden. Indien de ouders gescheiden zijn, betekent dit niet dat zij beide €53.016 mogen schenken. De vrijstelling geldt voor de beide ouders gezamenlijk.

Desgewenst kan de vrijstelling van €53.016 gesplitst worden, een deel kan dan gebruikt worden voor de eigen woning terwijl de rest voor iets anders gebruikt wordt. Om recht te hebben op de vrijstelling moet echter wel minimaal €27.567 van de €53.016 worden besteed aan de eigen woning.

Aangifte schenkbelasting
Als je een schenking ontvangt, moet je hier als ontvanger aangifte schenkbelasting over doen. Ook over een schenking van minder dan €53.016 moet je aangifte doen. In de aangifte kun je vervolgens de eenmalig verhoogde vrijstelling claimen, mits je aan de voorwaarden voldoet en niet eerder gebruik hebt gemaakt van de vrijstelling.

Besparing
Zowel met een lening bij je ouders als bij een gift van je ouders, bespaar je belasting. Bij een lening zal deze besparing in delen optreden terwijl de besparing bij een gift ineens is.

Besparing met schenking
Indien je ouders een schenking doen onder de eenmalig verhoogde vrijstelling, hoef je hier geen schenkbelasting over te betalen. Bovendien verminder je de toekomstige erfbelasting, je ouders hebben immers minder vermogen. Vóór het overlijden levert dit ook een besparing op, het box 3 inkomen zal voor je ouders aanzienlijk verminderen waardoor zij jaarlijks geen of minder inkomstenbelasting hoeven te betalen. Aan de andere kant zal je wel minder hypotheekrenteaftrek hebben aangezien je een lagere eigenwoningschuld hebt, de schenking van je ouders kwalificeert tenslotte niet als schuld.

Besparing bij lening
Indien je ouders je een lening geven, kwalificeert deze lening (onder voorwaarden) als eigenwoningschuld. Hierdoor heb je recht op hypotheekrenteaftrek. Indien je het slim opstelt, eventueel in combinatie met schenkingen, kan de hypotheekrenteaftrek meer zijn dan de te betalen rente. Wel blijft de lening vermogen van je ouders, hierdoor moeten zij jaarlijks nog steeds inkomstenbelasting betalen over dit vermogen (mits boven de heffingsvrije grens). Voor de erfbelasting zal dit bovendien geen besparing opleveren, het geld verlaat fiscaal immers nooit het vermogen van je ouders.

Verruiming verhoogde vrijstelling vanaf 2017
In 2014 gold een verhoging van de eigen woning schenking tot €100.000. Deze verhoging zal vanaf 2017 opnieuw gelden, in aangepaste vorm. De hogere vrijstelling van €100.000 hoeft niet meer gedaan te worden door ouders en kan verspreid worden over drie jaar. Wel gelden de leeftijdseis en bestedingseis nog. Indien in 2015 of 2016 al gebruik is gemaakt van de vrijstelling van €53.016, kan deze in 2017 nog worden aangevuld tot €100.000. Deze inhaalmogelijkheid zal per 2019 vervallen.

Doordat de eis dat de schenking door je ouders moet worden gedaan vervalt, kan je meerdere keren gebruik maken van de vrijstelling. Zo kunnen je ouders gezamenlijk €100.000 schenken en een familievriend kan ook €100.000 schenken.

Verschil met de verruiming van de vrijstelling in 2014 is wel dat de leeftijdseis in stand blijft, de ontvanger van de schenking moet vanaf 2017 dus wel tussen de 18 en 40 jaar zijn. In 2014 verviel deze eis.

 

Nieuwe Ziektewet: zo pak je de re-integratie aan

By | Nieuws | No Comments

Met de verandering van de Ziektewet per 1 januari 2017 ben je ook na uitdiensttreding verantwoordelijk voor zieke medewerkers. Ook als je via het UWV verzekerd bent. Het is dan ook heel belangrijk voor jou om zieke medewerkers weer snel aan het werk te krijgen. Dat bespaart je veel tijd en geld. Wij geven je tips voor een doelgericht re- integratiebeleid dat past bij de vernieuwde Ziektewet.

De Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa), ook wel modernisering van de Ziektewet genoemd, is een serie van maatregelen. Deze hebben tot doel om het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid terug te dringen onder (ex-)medewerkers zonder vast dienstverband. Als werkgever word je ook verantwoordelijk voor de WGA-lasten en re-integratie van arbeidsongeschikte (ex-) tijdelijke medewerkers. Daar waar je dat eerder alleen voor vaste medewerkers was. Na de modernisering van de Ziektewet ben je ook maximaal 10 jaar verantwoordelijk voor arbeidsongeschikte tijdelijke medewerkers in de WGA. Als je ook eigenrisicodrager voor de Ziektewet bent dan gaat het om een periode van in totaal 12 jaar.

 

Start het verzuimbeleid binnen 3 maanden na ziekte
Wordt een van je vaste of flexibele medewerkers ziek? Onze ervaring leert dat ziektebegeleiding en re-integratie in de eerste 3 ziektemaanden het meest effectief zijn. Gaat het in het begin verkeerd? Bijvoorbeeld door miscommunicatie tussen jou en de medewerker? Dan sta je direct met 1-0 achter. Start dus direct goed en proactief.

Zorg voor een goede medewerkersadministratie
Voorkom verrassingen! Maak als onderdeel van je verzuimbeleid een goed overzicht van je vaste medewerkers en tijdelijke medewerkers die uit dienst gaan. Worden zij binnen 4 weken na uitdiensttreding ziek? Dan kunnen ze onder omstandigheden toch nog onder je verantwoordelijkheid vallen voor de Ziektewet- en WGA-lasten.

Leg daarom nauwkeurig vast:

• welke vaste en tijdelijke medewerkers je in dienst hebt (gehad);
• welke medewerkers ziek uit dienst zijn gegaan;
• welke medewerkers binnen 4weken na uitdiensttreding ziek zijn geworden;
• welke vaste medewerkers na 2 jaar ziekte uit dienst zijn gegaan;
• welke medewerkers recht hebben op een ‘no-riskpolis’.

Noteer de datum van uitdiensttreding en bij ziekte ook de 1e ziektedag.

Een goede administratie is noodzakelijk:

• voor controle van de premienota van de belastingdienst;
• als eigenrisicodrager voor de Ziektewet of de WGA;
• je verzekeraar heeft inzicht in je personeelsbestand nodig om de juiste premie te berekenen;
• om de opgave van het UWV te controleren

Heb je je administratie op orde? Dan is de controle van de opgave van het UWV eenvoudig.

Controleer altijd zorgvuldig de opgave van het UWV

Kom je in de opgave van het UWV namen tegen die je niet kent? Of medewerkers die recht hebben op een no-riskpolis? Neem dan direct contact op met het UWV. Doe je dit niet? Dan betaal je voor deze persoon terwijl dat niet je verantwoordelijkheid is.

Vangnetters zonder werkgever ervaren meestal minder druk om te re-integreren. Zij hebben daarvoor ook minder mogelijkheden. Daarom is hun aandeel in de WGA-instroom relatief groot. Er zijn tenslotte weinig werkgevers die op hen zitten te wachten. Wat kun je doen? Vraag je arbodienst of specialist verzekeren om advies als een tijdelijke medewerker (flexwerker) ziek uit dienst gaat. En maak het onderdeel van je verzuimbeleid om contact te onderhouden met medewerkers die ziek uit dienst zijn gegaan. Vraag hoe het met hen gaat. Nodig hen uit in je bedrijf en ondersteun hen bij de re-integratie. Doe dit ongeacht of je dit risico bij het UWV of een verzekeraar verzekerd hebt. Niet alleen toon je hiermee goed (ex-) werkgeverschap. Maar je houdt ook zicht op de re-integratie. Je hoort hoe het gaat en kunt daarop inspelen. Je ex-medewerker voelt zich gehoord en houdt een band met je bedrijf. Zo voorkom je dat je ex-medewerker een afwachtende houding aanneemt.

Beste medicijn: een nieuwe baan!
De beste remedie bij ziekte is nog altijd een baan. Mensen die zonder baan ziek thuis zitten, blijken minder snel te herstellen dan zieken met een baan. Zieken met een baan richten zich vooral op wat ze nog of weer kunnen. Vanuit die positie bouwen ze hun werk op. Zieke mensen zonder baan richten zich na een tijd vooral op het ziek zijn. Ook ervaren zij een hogere drempel om weer aan het werk te gaan. Onderzoek daarom of de vangnetter binnen je bedrijf op een andere manier aan het werk kan. Ben je eigenrisicodrager voor de Ziektewet? Dan ben je zelfs verplicht om re-integratie binnen je eigen bedrijf (1e spoor) te onderzoeken en wanneer mogelijk toe te passen. Dit is in je geval dan een verplicht onderdeel van het verzuimbeleid.

Risicobeheersing verzuimbeleid: tijdelijk contract of uitzendkrachten?
Werk je vooral met tijdelijke contracten om pieken en dalen in de werkdruk op te vangen? Dan kan een uitzendkracht een slim alternatief zijn. Duurder op korte termijn. Maar de loondoorbetaling bij ziekte (of Ziektewetuitkeringen), de Poortwachterverplichtingen en het risico op 10 jaar WGA-betaling zijn voor rekening van het uitzendbureau. Handig om daar even bij stil te staan in je afweging.

 

AFM: VERPLICHTE FINANCIËLE APK WETTELIJK REGELEN

By | Nieuws | No Comments

AFM: VERPLICHTE FINANCIËLE APK WETTELIJK REGELEN
In de Wetgevingsbrief 2016 stelt de AFM voor de periodieke financiële APK wettelijk te regelen. Doel van zo’n APK is consumenten inzicht te geven of zij na pensionering voldoende inkomen zullen hebben. Behalve naar de pensioenopbouw moet hierbij ook worden gekeken naar andere vermogenscomponenten zoals een hypotheek, spaargeld en beleggingen.

Vorig jaar heeft de AFM in haar wetgevingsbrief het belang van een financieel overzicht benadrukt. “Een financieel overzicht, waarin alle financiële informatie van een persoon is opgenomen kan de drempel verlagen en haar of hem stimuleren om met korte- en langetermijn financiële planning aan de slag te gaan. De website www.mijnpensioenoverzicht.nl biedt op een laagdrempelige manier inzicht in pensioengegevens. De AFM stelt voor om een dergelijk overzicht breder te trekken dan pensioen. Daarbij zou er ook een check-up van de financiële situatie moeten komen waarin alle vermogenscomponenten worden meegenomen”, schrijven Merel van Vroonhoven en Harman Korte in de wetgevingsbrief. Samen met de ministeries van Financiën en Sociale Zaken onderzoekt de AFM de mogelijkheden voor de introductie van een financiële APK.
Hieronder een selectie van andere wetgevingswensen op het verlanglijstje van de AFM.

Waarborgen voor hypotheken gefinancierd door investeerders
Investeerders zijn op dit moment happig om in hypotheken te beleggen. In de toekomst kan de belangstelling van deze investeerders verflauwen, constateert de AFM. Bijvoorbeeld als de marges op deze investeringen verminderen of als andere beleggingen hogere rendementen opleveren. “Een gevolg kan zijn dat de hypotheekrente door de aanbieder bij renteverlenging verhoogd wordt om klanten te ontmoedigen bij deze aanbieder te blijven. Klanten kunnen dan geconfronteerd worden met onnodig hoge rentes. Naast het feit dat overstappen naar een andere aanbieder kosten met zich meebrengt, is het voor een deel van de klanten misschien zelfs onmogelijk om over te stappen wanneer ze bij renteverlenging niet voldoen aan acceptatiecriteria. Vooral deze consumenten kunnen in de financiële problemen raken.” Samen met Financiën wil de AFM onderzoeken hoe het risico voor onnodig hoge rentes voor bestaande klanten kan worden verkleind.

Ruimere waarschuwings- en publicatiemogelijkheden
De AFM heeft in de wetgevingsbrief van 2015 gepleit voor meer mogelijkheden om de samenleving eerder te kunnen informeren en meer transparantie te kunnen bieden over overtredingen. Inmiddels heeft Financiën een wetsvoorstel gereed dat voorziet in verruiming van de publicatiemogelijkheden. De huidige Wft voorziet in een bevoegdheid om een verklaring of waarschuwing te publiceren bij overtreding van verbodsbepalingen en een aantal specifiek vermelde wetsartikelen. In het concept-wetsvoorstel wordt geregeld dat de toezichthouder een verklaring of waarschuwing kan uitvaardigen bij alle overtredingen met boetecategorie 2 en 3.

Herziening Wet op het fïnancieel toezicht
Vorig jaar heeft de AFM in de wetgevingsbrief ook aandacht gewaagd voor de toekomstbestendigheid van de Wft en de daarop gebaseerde lagere regelgeving. Minister Dijsselbloem heeft dit jaar besloten tot een verkenning hoe de regelgeving voor de financiële markten toegankelijker en toekomstbestendiger kan worden gemaakt.

Maximale vergoeding consumptief krediet
Voor consumptieve kredieten is de maximale toegelaten kredietvergoeding (rente en overige kosten) per jaar 12 procent plus de wettelijke rente, wat op dit moment uitkomt op 14 procent. “De AFM constateert dat er consumptieve leningen zijn waarvan de vergoeding zich dicht bij het maximum bevindt. Deze hoge vergoeding in combinatie met een lage aflossingscomponent heeft bij doorlopende kredieten geleid tot financiële problemen bij consumenten en dan vooral bij consumenten met een hoog kredietbedrag. Een van de mogelijke oplossingen voor deze problematiek kan het wijzigen van de maximale vergoeding zijn.”

Betere aansluiting Pensioenwet en Wft
Vooral op het gebied van pensioen zijn er veel veranderingen. “Door meer keuzemogelijkheden voor zowel de deelnemer (Wet verbeterde premieregeling) als de werkgever (introductie APF) lijken de pensioendiensten die onder de Pensioenwet dan wel de’ù/ft vallen steeds meer op elkaar. Tevens komen de pensioenregelingen en pensioenproducten die onder deze twee wetten vallen steeds meer overeen. De bescherming van de werkgever en de deelnemer is echter anders vormgegeven in de Pensioenwet ten opzichte van de bescherming van de consument en cliënt in de Wft. Dit kan ertoe leiden dat er verschillende eisen van toepassing zijn voor dezelfde soort diensten en regelingen en de wagen doen rijzen welk beschermingsniveau wenselijk is en hoe het level playing field gewaarborgd wordt.” Voor de AFM is dit aanleiding om de aansluiting van de Pensioenwet op de Wft te analyseren. Een concrete wetgevingswens is er op dit moment nog niet.