- 030 – 6773998
- [email protected]
- Maandag - vrijdag : 08:30 - 17:00
Al jaren zien we een versobering van onze oudedagsvoorziening. Dit betekent dat je als individu ervoor moet zorgen dat je geldzaken op orde blijven. Onderstaand de belangrijkste wijzigingen op een rij en de impact op de belastinginkomsten en het pensioen van werkend Nederland.
Wat zijn de kabinetsplannen?
D66, VVD en CDA hebben in januari 2026 het coalitieakkoord gepubliceerd. Hierin is opgenomen dat in de toekomst de AOW-leeftijd harder gaat stijgen dan nu in de wet is opgenomen. Op dit moment is het zo dat bij stijging van de levensverwachting van 1 jaar de AOW-leeftijd stijgt met 8 maanden. De coalitiepartijen willen dit wijzigen naar 1 op 1. Daarnaast zal het maximum pensioengevend salaris de komende jaren niet stijgen.
Door alle versoberingen in de oudedagsvoorziening werden ’toekomstige’ belastingopbrengsten vanuit de oudedagsvoorzieningen al eerder geïnd. In de regel is een loon hoger dan een pensioenuitkering waardoor je tot de AOW-gerechtigde leeftijd een hoger bedrag aan inkomstenbelasting betaalt. In hoeverre of het langer doorwerken ook resulteert in een hogere pensioenuitkering is maar de vraag, gelet op alle versoberingen de afgelopen jaren.
Wet VUT, levensloop en prepensioen
De Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) is per 1 januari 2006 in werking getreden. Doelstelling van deze wet was het afschaffen van de fiscale faciliteiten om te kunnen stoppen met werken vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Door de arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten moesten de financiële gevolgen van de toenemende vergrijzingsdruk worden opgevangen. De wet bevat in hoofdlijnen de volgende maatregelen:
Om te voorkomen dat door de afschaffing van VUT en prepensioen van alternatieve mogelijkheden gebruik zou worden gemaakt, is de loonbelastingstamrechtvrijstelling komen te vervallen.
Met ingang van 1 januari 2006 was het niet langer mogelijk om fiscaal te sparen om eerder te kunnen stoppen met werken. Werknemers die geboren waren vóór 1 januari 1950 mochten hier nog wel gebruik van maken als het gaat om VUT en prepensioen.
De AOW-uitkering gaat sinds 1 januari 2012 niet meer in op de eerste dan van de maand waarin de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt. De AOW-uitkering ontvang je vanaf de dat waarop de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt.
Verhogen AOW en pensioenleeftijd
Sinds 1 januari 2013 is in fases de AOW-gerechtigde leeftijd verhoogd. Deze ging toen van 65 jaar naar 65 jaar en één maand. De jaren daarna zou in stappen van drie maanden de AOW-gerechtigde leeftijd worden verhoogd. In 2019 => 66 jaar en in 2023 => 67 jaar.
Vanaf 1 januari 2016 gingen de stappen echter van drie maanden naar vier maanden. In 2018 = > 66 jaar en in 2021 => 67 jaar.
In 2019 is in het pensioenakkoord opgenomen dat de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd minder hard zou gaan. 1 jaar levensverwachting = 8 maanden verhoging AOW-gerechtigde leeftijd. Wel bleef de koppeling aan de levensverwachting in stand.
Afschaffen faciliteit ontslagvergoeding
Per 1 januari 2014 is de stamrechtvrijstelling afgeschaft. Vanaf deze datum moet over een ontslagvergoeding direct worden afgerekend met de Belastingdienst.
Had je op 31 december 2013 al gebruik gemaakt van de stamrechtvrijstelling, dan kreeg je in 2014 de mogelijkheid om tegen gunstigere voorwaarden het vermogen ineens af te kopen. Over 20% van deze uitkering hoefde je dan geen progressieve belasting te betalen. Een fiscaal voordeel voor met name de belastingplichtigen met een tarief in de hoogste belastingschijf.
Verlaging maximum pensioengevend salaris en opbouw
Per 1 januari 2015 is het maximum pensioengevend salaris verlaagd naar € 100.000. Verder zijn de opbouwpercentages voor het ouderdomspensioen verlaagd.
Een versobering van het op te bouwen ouderdomspensioen door de verlaging van het maximum pensioengevend salaris in combinatie met de verlaging van opbouw percentage van de pensioengrondslag.