Home / blogs / Onderzoek naar uniformere vaststelling gebruikelijk loon, geen hogere ondergrens

Onderzoek naar uniformere vaststelling gebruikelijk loon, geen hogere ondergrens

Onderzoek naar uniformere vaststelling

Het kabinet ziet ruimte om de gebruikelijkloonregeling doeltreffender te maken, maar voelt weinig voor een generieke verhoging van het normbedrag. Dat blijkt uit de kabinetsreactie op de evaluatie van de regeling door SEO Economisch Onderzoek.

SEO deed eerder in opdracht van het ministerie van Financiën onderzoek naar de gebruikelijkloonregeling en presenteerde vorig jaar de bevindingen. In een brief aan de Tweede Kamer licht staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) nu toe welke verbeteringen het nieuwe kabinet wel en niet ziet zitten. De kern: betere informatievoorziening en meer datagedreven toezicht, maar geen hogere of gedifferentieerde wettelijke ondergrens.

Boekhouding ZZP advies

Regeling deels doeltreffend, wel verbeterpunten

SEO concludeerde eerder dat de gebruikelijkloonregeling doelmatig en deels doeltreffend is. De totale dga-loonsom bedraagt circa 80% van de loonsom die zou gelden als alle gebruikelijk lonen volledig aan de wettelijke vereisten voldoen. Daarmee wordt het doel grotendeels bereikt, maar is er ruimte voor verbetering.

Uit de evaluatie bleek onder meer dat:

  • goede, centrale informatie over het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking ontbreekt;
  • dga’s en adviseurs geen strikte handhaving ervaren;
  • relatief veel dga’s rond of onder het normbedrag zitten, zonder dat dit altijd goed verklaarbaar is;
  • het beperken en later afschaffen van de doelmatigheidsmarge nauwelijks tot hogere lonen heeft geleid.

Haalbaarheidsonderzoek naar uniforme waarderingsmethode

Het kabinet wil nu inzetten op een eenduidige, generieke waarderingsmethode om het gebruikelijk loon beter vast te stellen, schrijft de staatssecretaris. Zo’n methode moet zowel dga’s als de Belastingdienst helpen bij het bepalen van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Er komt daarom een haalbaarheidsonderzoek naar de ontwikkeling van een uniforme functiewaarderingsmethode. Die moet voor zowel inhoudingsplichtigen als inspecteurs toepasbaar zijn, eenvoudig in gebruik zijn en voldoende onderbouwing bieden voor het vastgestelde loon.

Ook wordt bekeken of zo’n methode bruikbaar is voor management-bv’s. Daarbij speelt de eerdere rechtspraak van de Hoge Raad een rol, die de zogenoemde afroommethode sterk heeft beperkt.

Eerst data-analyse, dan eventuele aanscherping toezicht

Op het punt van handhaving kiest het kabinet voor een gefaseerde aanpak. De Belastingdienst start met een analyse van beschikbare data om beter inzicht te krijgen in situaties waarin de regeling mogelijk niet correct wordt toegepast.

Pas op basis van die inzichten worden eventuele aanpassingen in de handhavingsstrategie overwogen. Specifieke selectieregels – bijvoorbeeld alleen op basis van het normbedrag – acht het kabinet op dit moment te grof en weinig effectief.

Geen generieke verhoging normbedrag

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon bedraagt in 2026 € 58.000. Volgens het kabinet zijn er momenteel weinig aanknopingspunten voor een onderbouwde generieke verhoging. Het normbedrag ligt nog steeds rond 125% van het modale inkomen en sluit daarmee aan bij eerdere beleidsuitgangspunten.

Een hoger normbedrag zou bovendien de bewijslast sterker bij de dga leggen en mogelijk leiden tot meer discussies en hogere administratieve lasten.

Differentiatie naar loonsom weinig effectief

SEO suggereerde ook om het normbedrag afhankelijk te maken van de loonsom van de bv. Hoewel uit regressieanalyse blijkt dat de loonsom sterk samenhangt met het dga-loon, ziet het kabinet hier weinig heil in.

Volgens de staatssecretaris zou differentiatie: slechts een beperkte groep dga’s raken, het normbedrag nog sterker tot ankerpunt maken en de regeling complexer en minder doelmatig maken. Daarom geeft het kabinet geen vervolg aan deze optie.

Ingeboekte opbrengst doelmatigheidsmarge niet gehaald

Opvallend is dat het beperken (2015) en uiteindelijk afschaffen (2023) van de doelmatigheidsmarge nauwelijks tot hogere dga-lonen heeft geleid. De ingeboekte structurele opbrengsten – samen honderden miljoenen euro’s – zijn daarmee niet gerealiseerd.

Volgens de evaluatie werd de marge in de praktijk vooral als ‘veiligheidsmarge’ gebruikt, terwijl het vaststellen van een exact vergelijkbaar loon vaak al een grove benadering was.