
Van WAO naar WIA.
Het kabinet wil de
WAO per 1 januari 2006 vervangen door de nieuwe Wet
Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA
benadrukt wat arbeidsongeschikte werknemers nog wel
kunnen en stimuleert werkgevers met financiële
prikkels om gedeeltelijk arbeidsgeschikte
medewerkers aan werk te helpen en te houden. Voor
werknemers wordt zoveel mogelijk blijven werken
financieel aantrekkelijker dan nu. De WIA is een
bijzonder gecompliceerde wet. Deze toelichting is
bedoeld om u inzicht te verschaffen in de werking
daarvan.
Top
Inkomen bij arbeidsongeschiktheid.
De eerste 2 verzuimjaren.
De eerste 2
verzuimjaren betaalt de werkgever conform de Wet
Uitbreiding Loondoorbetaling bij Ziekte (Wulbz) de
verzuimende werknemer minimaal 70% van het loon. Het
eerste jaar is dit conform CAO-afspraken vaak zelfs
100%. De afspraak uit het najaarsakkoord 2004
maximeert de loonaanvulling in de eerste twee
ziektejaren tot 170% van het laatst verdiende
salaris.
Daarna: de WIA.
Na 2 jaar ziekte
bepaalt het UWV de mate van restverdiencapaciteit
van de werknemer. Bij een loonverlies van tenminste
35% valt de werknemer onder de WIA. De WIA bestaat
uit twee regelingen:
-
De IVA, de
regeling Inkomensvoorziening Volledig
Arbeidsongeschikten: voor werknemers die minder
dan 20% (80 tot 100% loonverlies) van het
laatstverdiende loon kunnen verdienen én geen of
een geringe herstelkans hebben. De vaststelling
van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid
zal onder andere gaan plaatsvinden door
toepassing van een lijst met aandoeningen die
daarvoor in aanmerking komen.
-
De WGA, de
regeling Werkhervatting Gedeeltelijk
Arbeidsgeschikten: voor werknemers die deels
arbeidsgeschikt zijn met een loonverlies tussen
de 35 en 80%. Ook volledig arbeidsongeschikte
werknemers met een loonverlies van 80% of meer
met voldoende herstelkans, vallen onder de WGA.
Het criterium voldoende herstelkans is nog niet
exact gedefinieerd.
Top
Niet arbeidsongeschikt.
Werknemers met minder
dan 35% loonverlies zijn volgens de wet niet
arbeidsongeschikt. Zij blijven in dienst van de
werkgever. De werkgever en werknemer moeten
gezamenlijk naar een oplossing zoeken, bijvoorbeeld
in de vorm van vervangend werk.
Top
Hoogte van de uitkeringen.
In schema ziet de WIA
er als volgt uit:
|
Inkomensverlies |
Regeling |
| |
|
|
Vanaf 80% tot 100% |
Volledig
arbeidsongeschikt: IVA-regeling |
| |
• 70% van het
laatstverdiende loon; tot maximaal het maximum
dagloon. (Per 01-07-2005 €
43.770) |
| |
|
|
35% tot 80% |
Gedeeltelijk Arbeidsongeschikt:
WGA-uitkering |
| |
Deze regeling bestaat uit twee uitkeringen:
|
| |
- de loongerelateerde uitkering |
| |
- de vervolguitkering óf een loonaanvulling |
| |
|
| |
Loongerelateerde
uitkering
Werkt iemand, dan bedraagt de uitkering 70% van het
verschil tussen het oude (maximum)loon en het nieuwe
loon. Werkt iemand niet, dan is de uitkering 70% van
het laatstverdiende loon. De uitkeringsduur van de
loongerelateerde uitkering is - net als bij de WW -
afhankelijk van iemands arbeidsverleden. Na afloop
van deze uitkering bestaat recht op een
loonaanvulling of een vervolguitkering.
|
| |
|
| |
Loonaanvulling
Om in aanmerking te komen voor de loonaanvulling
moet een werknemer tenminste de helft van zijn
resterende verdiencapaciteit benutten. Dit is het
bedrag dat hij gezien zijn arbeidsbeperking nog zou
kunnen verdienen. Gebruikt de werknemer hier
minimaal 50% van, dan bedraagt de loonaanvulling 70%
van het verschil tussen het oude (maximum)loon en
zijn restverdiencapaciteit.
|
| |
|
| |
Vervolguitkering
Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die niet werkt of
met werk minder dan de helft verdient van zijn
restverdiencapaciteit, heeft recht op een
vervolguitkering. Deze uitkering bedraagt 70% van
het wettelijk minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheids-percentage.
|
| |
|
| |
De loonaanvulling of vervolguitkering ontvangt de
werknemer tot zijn 65e jaar.
|
| |
|
|
<
35% |
Niet arbeidsongeschikt: geen uitkering |
| |
• De werknemer blijft bij de werkgever in dienst. De
werkgever houdt een reïntegratieverplichting voor
de werknemer.
• Is reïntegratie niet mogelijk, dan kan de
werkgever eventueel een ontslagvergunning
aanvragen.
• Als de werknemer binnen 5 jaar bij een andere
werkgever aan de slag kan, komt die nieuwe werkgever
in aanmerking voor een Pemba premiekorting en de
wettelijke no-risk polis.
|
Top
Voorbeeld WGA-uitkeringen:
We nemen als
voorbeeld even Paul. Paul is een enthousiaste
werknemer die al enkele jaren bij het bedrijf werkt.
Hij verdient een
jaarsalaris van € 40.000,-. Paul komt in de
WGA-regeling terecht als hij tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is.
Of als hij volledig arbeidsongeschikt is, maar niet
duurzaam. De uitkering wordt mede bepaald door het
feit of Paul wel of niet werkt en of hij zijn
restverdiencapaciteit voor ten miste 50% benut.
Paul wordt ziek en
komt na twee jaar ziekte in de WGA-regeling terecht.
Zijn restverdiencapaciteit wordt bepaald op €
20.000. Paul is dus voor 50% arbeidsongeschikt (€
20.000 / € 40.000).
In de drie volgende
situaties leest u welke gevolgen dit voor Paul zijn
inkomen heeft.
Situatie 1
Paul verdient met
werk nog € 20.000,-. Hij benut dus volledig zijn
restverdiencapaciteit. In eerste instantie ontvangt
Paul een WGA-loongerelateerde uitkering. De duur van
deze uitkering is afhankelijk van zijn
arbeidsverleden. De berekening van deze
loongerelateerde uitkering is als volgt:
|
70% (40.000 –
20.000) = |
€ 14.000,- |
|
Loon |
€
20.000,- + |
|
Totaal
|
€ 34.000,- |
Daarna ontvangt Paul
een WGA-loonaanvulling. Paul benut tenminste 50% van
zijn restverdiencapaciteit, nl. 100%.
|
70% (40.000 –
20.000) = |
€ 14.000,- |
|
Loon
|
€
20.000,- + |
|
Totaal
|
€ 34.000,- |
| |
|
|
|
|
|
100% |
|
|
|
|
|
85% |
|
|
€ 14.000,-
(70% van € 20.000) |
€ 14.000 (70% van € 20.000) |
|
50% |
|
|
€ 20.000,- (50% van € 40.000
|
|
| |
1e ziektejaar |
2e ziektejaar |
Volgende jaren
|
──────────► |
.
.
Loon . .
WGA-loongerelateerde uitkering .
. WGA-loonaanvulling
Situatie 2
Paul is voor 50%
arbeidsongeschikt. Er is voor de overige 50% geen
werk. Hij ontvangt na twee jaar ziekte een
WGA-loongerelateerde uitkering van 70% van zijn
laatstverdiende loon. De duur van deze uitkering is
afhankelijk van zijn arbeidsverleden. Paul ontvangt
dus een uitkering die bestaat uit een werkloosheids-
en een arbeidsongeschiktheidsdeel. De uitkering
bedraagt 70% van € 40.000,- = € 28.000,-.
Daarna komt Paul in
de WGA-vervolgperiode. Omdat hij zijn
restverdiencapaciteit niet voor tenminste 50% benut,
valt hij terug op de WGA-vervolguitkering. Deze
uitkering bedraagt 70% * minimumloon *
arbeidsongeschiktheidspercentage: 70% * € 16.391,- *
50% = € 5.737,-.
|
100% |
€ 40.000,- |
|
|
|
|
70% |
|
€ 28.000,- |
€ 28.000, |
|
| |
|
(70% van |
(70% van |
|
| |
|
€ 40.000,-) |
€ 40.000,-) |
€ 5.737,- (70% x € 16.391,- x
50%) |
| |
1e
ziektejaar |
2e
ziektejaar |
Volgende jaren |
──────────► |
. .
Loon . .
WGA-loongerelateerde uitkering .
. WGA-loonaanvulling
Situatie 3
Paul verdient nog 1
15.000,-. Hij ontvangt een WGA-loongerelateerde
uitkering:
|
70% (40.000 –
15.000) = |
€ 17.500,- |
|
Loon |
€
15.000,- + |
|
Totaal |
€ 32.500,- |
Daarna komt Paul in
de WGA-vervolgperiode. Paul benut meer dan 50% van
zijn restverdiencapaciteit, namelijk
75% (€ 15.000,-/€
20.000,-). Hierdoor heeft Paul recht op een
loonaanvulling. Deze uitkering wordt berekend door
70% te nemen van het verschil tussen het oude loon
en de restverdiencapaciteit:
|
70% (40.000 –
20.000) = |
€ 14.000,- |
|
Loon |
€
15.000,- + |
|
Totaal
|
€ 29.000,- |
| |
|
|
|
|
|
100% |
€ 40.000, |
|
0,5 – 5 jaar |
|
| |
|
€ 28.000,- |
€ 32.500,- = |
€ 29.000,- = |
| |
|
(70% van |
€ 17.500,- (70% van |
€ 14.000,-(70% van |
| |
|
€ 40.000,-) |
€ 40.000,- -/- € 15.000,-) |
€ 40.000,- -/-
€ 20.000,-) |
| |
|
|
+15.000,- |
|
| |
1e
ziektejaar |
2e
ziektejaar |
Volgende jaren |
──────────► |
. .
Loon . . WGA-loongerelateerde
uitkering . .
WGA-loonaanvulling
Top
WGA: naast uitkeringen ook financiële voordelen voor
werkgevers.
De WGA biedt ook een
reïntegratiepakket. Voor werknemers zijn er
voor-zieningen voor werkplekaanpassingen
en hulp bij
reïntegratie. Premiekortingen maken het voor
werkgevers aantrekkelijker om een gedeeltelijk
arbeidsgeschikte werknemer in dienst te houden of te
nemen. Overstijgen de kosten voor (her)plaatsing van
een arbeidsgehandicapte werknemer een bepaalde
drempel en duurt het dienstverband minimaal zes
maanden, dan bestaat er recht op subsidie. Valt een
arbeidsgehandicapte werknemer uit, dan betaalt het
UWV het ziekengeld. Voor grote werkgevers wordt een
eventuele (nieuwe) arbeidsongeschiktheids-uitkering
dan niet doorberekend in de gedifferentieerde
Pembapremie. Deze zogenaamde ‘no-risk-polis’ geldt
vijf jaar. Verlenging is mogelijk.
Top
Eigen risicodragen WGA in 2006.
In 2006 kunnen alleen
grote werkgevers het risico voor
gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid zelf dragen en
eventueel verzekeren bij een private verzekeraar.
Onder grote werkgevers worden dezelfde werkgevers
verstaan die ook voor de Pemba als groot worden
aangemerkt. Voor 2005 is vastgesteld dat dit
werkgevers zijn die over 2003 een loonsom hadden van
minimaal € 642.500. Hoe groot dit bedrag voor 2006
wordt moet nog worden vast-gesteld. Het UWV maakt
dit in het najaar bekend.
De werkgever die per
1 januari 2006 eigenrisicodrager wil worden, moet
dit uiterlijk 28 december 2005 aanvragen bij het UWV.
Als een werkgever na 1 januari 2006
eigenrisicodrager voor de WGA wil worden, moet hij
zich aanmelden bij de Belastingdienst en wel 13
weken vóór 1 januari of 1 juli van enig jaar.
De duur van het
financiële risico voor werkgevers die in 2006 eigen
risicodrager worden is vier jaar. In 2006 wordt deze
duur opnieuw bekeken voor werkgevers die vanaf 2007
eigen risicodrager worden. Omdat het UWV nog niet in
staat is de publieke premies te differentiëren,
wordt in 2006 voor alle werkgevers (ongeacht hoeveel
werknemers in hun bedrijf gedeeltelijk
arbeidsgeschikt worden) een gelijke premie berekend.
Ook indien de werkgever eigen risicodrager is
geworden moet de publieke premie betaald worden. Dit
heeft te maken met de uitvoeringsproblemen bij het
UWV en de Belastingdienst. De werkgever kan de
publieke premie in 2007 terugvragen.
Vanaf 2007 hebben
alle werkgevers de keuze of ze uittreden uit het
publieke bestel of bij het UWV blijven.
Vanaf deze datum zal
het UWV de publieke premies gaan differentiëren.
Top
Huidige eigenrisicodragers.
De huidige
eigen risicodragers voor de WAO die dat reeds waren
vóór 1 januari 2005, worden per 1 januari 2006
automatisch eigen
risicodrager voor de WGA. De werkgever kan uiterlijk
28 december 2005 bij het UWV aangeven dit niet te
willen. Ook voor dit risico geldt dat de duur vier
jaar bedraagt.
Top
Nieuwe risico’s.
De invoering van de
WIA leidt tot nieuwe risico’s:
1. Het WGA-risico van
de werkgever die eigenrisicodrager wordt.
2. Het WGA-Gat.
3. Het Excedentrisico
bovenop de IVA- en WGA-uitkeringen.
4. Inkomensgat voor
de werknemer die minder dan 35% loonverlies leidt.
5. Reïntegratierisico
voor de werkgever voor de medewerker die minder dan
35% loonverlies leidt.
Top
Korte analyse van de risico’s.
Risico 1: WGA-risico werkgever als
eigenrisicodrager.
|
100% |
|
|
WGA-loon- |
|
| |
|
|
gerelateerde
|
WGA-vervolgperiode |
| |
|
|
periode |
|
| |
|
|
|
|
| |
1e ziektejaar |
2e ziektejaar |
Volgende jaren |
──────────► |
Een werkgever die
eigenrisicodrager wordt, bespaart de publieke
gedifferentieerde premie. Hij betaalt als hij in
2006 eigenrisicodrager wordt 4 jaar lang de
WGA-uitkeringen van zijn arbeids-ongeschikte
werknemers.
Afhankelijk van de
duur van de WGA-loongerelateerde uitkering betaalt
hij dus veelal de WGA-loongerelateer-de uitkering en
eventueel de WGAvervolg- uitkering/loonaanvulling.
Na die vier jaar neemt het UWV de
uitkerings-verplichting over van deze werkgever.
De werkgever (die
eigen risicodrager voor de WGA is) mag de
loonaanvulling die uitstijgt boven de
vervolg-uitkering, declareren bij het UWV. De
werkgever betaalt dus alleen de loongerelateerde
uitkering en de uitkering ter grootte van de
vervolguitkering. De reden hiervan is dat de
overheid bang is dat een werkgever en/of verzekeraar
er op aanstuurt de werknemer niet of onvoldoende
zijn restverdiencapaciteit te laten benutten. Door
het onvoldoende benutten van de
restverdiencapaciteit ontvangt de werknemer een
vervolguitkering die lager is dan een loonaanvulling
die de werknemer zou krijgen als hij wel voldoende
zijn restverdiencapaciteit zou benutten.
In principe betaalt
het UWV de uitkering rechtstreeks aan de werknemer
en declareert deze uitkering bij de werkgever. De
werkgever kan er ook voor kiezen zelf de uitkering
aan de werknemer te verstrekken.
Risico 2: WGA-Gat voor werknemers.
Een werknemer in de
WGA die in de vervolgperiode minstens 50% van zijn
restverdiencapaciteit benut, heeft recht op een
loonaanvulling ter hoogte van 70% van het verschil
tussen zijn laatstverdiende loon en
restverdien-capaciteit. Benut de werknemer in de
vervolgperiode minder dan 50% van zijn resterende
verdiencapaciteit, dan ontvangt de werknemer een
vervolguitkering die lager is. De formule is dan:
minimumloon x 70% x het
arbeidsongeschiktheidspercentage. Het verschil
tussen de WGA-loongerelateerde- en de
WGA-vervolguitkering is het WGA-Gat voor de
werknemer. Dit gat kan zeer groot zijn en stimuleert
de werknemer om minstens 50% van zijn
restverdiencapaciteit te blijven verdienen met
werken.
Het WGA-gat bestaat
uit twee componenten:
• Het niet voldoende
benutten van de restverdiencapaciteit;
• Het
‘arbeidsongeschiktheidsgat’; Dit gat ontstaat omdat
i.p.v. het laatst verdiende loon het wettelijk
minimum loon de basis wordt voor de berekening van
de vervolguitkering.
Risico 3: WGA/IVA-Excedenten.
IVA- en
WGA-uitkeringen worden net als de huidige
WAO-uitkeringen gemaximeerd tot 70% van het maximum
dagloon (per 1 juli 2005 € 43.770,-). Boven op deze
uitkeringen kan er een bedrag voor het Excedent
worden verzekerd, net als nu. Echter, in de nieuwe
situatie kunnen werknemers met een inkomen hoger dan
het maximum dagloon nog een ander ‘gat’ hebben. De
WGA-loongerelateerde uitkering bedraagt 70% * (oude
loon – nieuwe loon). In deze formule wordt het oude
loon gemaximeerd tot het maximum dagloon. Als het
nieuwe loon hoger ligt dan het maximum dagloon,
wordt het uitkeringsbedrag negatief. In dat geval
krijgt de werknemer een zgn. bodem-uitkering. De
hoogte van de bodemuitkering wordt op dezelfde
manier berekend als de WGA-vervolguitkering (70% *
minimumloon * arbeidsongeschiktheids-percentage).
De bodemuitkering
ontvangt de werknemer zowel in de loongerelateerde
periode als gedurende de loon-aanvullingsregeling
(de uitkering bij het voldoende benutten van de
arbeidscapaciteit). Voor werknemers met een inkomen
boven het maximum dagloon kan er dus nog een
‘WGA-Gat’ ontstaan, nl. het verschil tussen de
bodemuitkering en 70% van het max. dagloon.
|
Voorbeeld: |
|
|
Inkomen |
€ 100.000,- |
|
Restverdiencapaciteit |
€ 50.000,- |
|
Arbeidsongeschiktheidspercentage
|
50% |
|
Nieuw inkomen
|
€ 50.000,- |
|
Maximum
dagloon |
€ 43.770,- |
|
Minimum loon
|
€ 16.391,- |
Loongerelateerde
uitkering:
70% (43.770,-/-
50.000) = -/- € 4.361
Omdat de uitkomst
negatief is, heeft de werknemer recht op een
bodemuitkering in zowel de loongerelateerde als
de vervolgperiode.
Bodemuitkering: 70% *
16.391 * 50% = € 5.737,-
Risico 4: Inkomensgat werknemer die minder dan 35%
AO is.
Werknemers met een
beperkt loonverlies (< 35%), krijgen geen wettelijke
uitkering. Zij moeten in overleg met de werkgever
een oplossing zoeken, bijvoorbeeld vervangend werk.
Risico 5: Reïntegratierisico voor de werkgever.
De werkgever blijft
in het geval <35% verantwoordelijk voor de
reïntegratie van zijn verzuimende medewerker.
Hij is verplicht de
arbeidsongeschikte werknemer te reïntegreren.
Top
Nog even enkele feiten op een rij.
• De WIA gaat in op
29 december 2005. Deze datum is namelijk precies 104
weken na 1 januari 2004. Voor het gemak wordt echter
overal gesproken over 1 januari 2006.
• Per 29 december
2005 kan men wel eigen risicodrager worden. Dit
geldt echter alleen voor grote werkgevers.
• Per 29 december
2005 worden de huidige eigen risicodragers WAO
(zowel grote als kleine werkgevers), die eigen
risicodrager zijn geworden vóór 1 januari 2005,
automatisch eigen risicodrager WGA tenzij ze
aangeven dit niet te willen.
• Eigen
risicodragerschap voor de IVA-regeling kan op zijn
vroegst in 2008.
• De WGA geldt ook
voor volledig maar niet duurzaam
arbeidsongeschikten.
• De loongerelateerde
periode is net als de WW afhankelijk van het
arbeidsverleden. Eventuele wijzigingen met
betrekking tot de duur van de WW (SER-advies van 15
april) kunnen doorwerken in de WGA.
Top
Advies.
Meer weten? Neem gerust
contact met ons op.